Marketeers buigen
zich enthousiast over de vraag: hoe zorgen we ervoor dat mensen onze spullen
blijven kopen, vandaag liever méér dan gisteren. Als marketeers het goed doen,
krijgen zij vaak bonussen. Resultaten van marketingactiviteiten worden zeer
gewaardeerd.
Marketeers vonden
uit, dat je beter niet aanbodgericht
je spulletjes aan de man zou moeten brengen, maar dat je succesvoller bent
wanneer je dat vraaggericht doet (of
in ieder geval dat woord gebruikt). Als je met je aanbod leurt – zo is de
gedachte achter deze uitvinding – word je al snel door consumenten als
vervelend ervaren, als iemand die iets opdringt. Autoverkopers,
verzekeringsagenten en advertentieverkopers hebben met een energieke
aanbodgerichtheid hun bedenkelijke imago opgebouwd, vanwege dat opdringerige in
hun stijl. Consumenten houden er blijkbaar niet van wanneer hen iets
opgedrongen wordt.
Toch moeten die
spulletjes verkocht worden, en bij voorkeur liefst steeds méér. Als er morgen net
zoveel als vandaag verkocht wordt of erger: minder, dan gaat het niet goed. Als
er op grote schaal hetzelfde of minder verkocht wordt, dan spreken we over
economisch slechte tijden. (Noteer hoe vandaag de dag de consument zelfs haast
de schúld krijgt van de malaise, omdat hij niet meer méér wil kopen.) Met het
geleidelijk ‘uit’ raken van enthousiast aanbodgericht verkopen – vanwege dus de
verslechtering van het imago van het verkopersgilde – ontstond daarmee
natuurlijk wel het probleem: hoe dan wél?
Het zijn marketeers
geweest die het woord vraaggericht hebben uitgevonden. Marketeers zijn bij
professie slim in het vinden van woorden die het goed doen. Nu het woord was
uitgevonden, moest nog worden bedacht wat vraaggericht betekent. Betekenis
geven aan woorden kun je ook overlaten aan marketeers. In het geval van het
woord vraaggerichtheid bedachten ze dat je zégt dat het betekent, dat je als
dienstverlener of producent verdiept in de vraag van de klant, uitvindt wat er
precies gevraagd wordt en dat je vervolgens je best gaat doen om die vraag zo
precies als mogelijk met je aanbod te beantwoorden.
Dit concept van
vraaggerichtheid werkt prima in een situatie, waarin er een vraag is. Echter in een maatschappij waarin we
omkomen in de spullen, kan het gebeuren dat de klant verzadigd en
onderuitgezakt helemaal niks (meer) te vragen heeft, omdat ie alles heeft wat
ie nodig heeft. Da’s natuurlijk niet best, want dan dreigt op een andere manier
het gevaar van verkoopcijfers-die-niet-stijgen. Daarom hadden de marketeers
achter wat zij zeiden dat het betekende iets nog veel slimmers gevonden: het
concept van de vraagcreatie. Als er
geen vraag ís, dan creëer je vraag. Het woord vraag moet in dit concept
begrepen worden als behoefte, of verlangen, of begeerte.
Een vraag creëer
je door bij mensen het gevoel te laten ontstaan, dat zij werkelijk niet buiten
de spullen kunnen of willen, die jij aan hen wilt verkopen. Ook is belangrijk
in dit vraagcreatie-proces, dat klanten het idee loslaten dat zij alles hebben
wat zij nodig hebben, of het idee dat zij genoeg hebben, of het idee dat wat
zij hebben nog wel even mee kan, of het idee dat je niet zonder
spullen-die-ieder-ander-ook-heeft kunt bestaan.
Het in ‘buiken’
planten van het behoefte/begeerte-gevoelens en het uit hoofden verwijderen van het
genoeg-idee, lukt het best door aan te spreken op de psychische zwaktes van de
menselijke soort. Verzekeraars verkopen hun polissen goed door aan te spreken
op allerlei angsten en het vergroten van angstgevoelens, terwijl tal van andere
leveranciers het middeleeuwse rijtje van de Zeven Zondes afwerken als richtlijn
op welke zwaktes mensen gemakkelijk te verleiden zijn, zondes als gulzigheid,
onmatigheid en lust.
Inmiddels is er
vele jaren wetenschappelijk precies onderzocht en op grote schaal geoefend met
dit verleiden en overhalen van mensen om spullen aan te schaffen, die zij
zonder daartoe verleid te zijn waarschijnlijk never nooit zouden hebben gekocht. Omdat er steeds minder reële
vraag is en er dus steeds meer vraag moet worden gecreëerd, bedienen de
marketeers zich van steeds ingenieuzer technieken van vooral psychische aard.
Een mooi overzichtje van moderne mogelijkheden biedt marketinggoeroe Martin
Lindstrom in zijn boek ‘Brandwashed’.
Een paar aardige
voorbeelden.
·
Via MRI-scans ontdekte Apple dat er bij
Apple-liefhebbers een religieus gebied in de hersenen (dat blijkbaar bestaat)
geactiveerd wordt, wanneer zij naar Appleproducten kijken.
·
Het Filipijnse koffiemerk Kopiko doet aan
foetale marketing, door via zwangere vrouwen nog niet geboren klanten via
snoepjes te verslaven aan de koffiesmaak, waarbuiten zij later niet meer
kunnen.
·
Kinderen worden ‘bewerkt’ opdat zij op hun beurt ‘de
portemonneedragers’ bewerken, die graag van het gezeur af willen zijn.
·
In lippenbalsem zit fenol, een zuur dat je
lippen uitdroogt waardoor je niet meer zonder lippenbalsem kunt.
·
Sex sells. ‘Bloot’ krijgt instant en
altijd aandacht.
NB. Hoewel
marketeers gerespecteerde professionals zijn, en ik aanneem dat Martin
Lindstrom zichzelf ook respecteert, valt mij op dat hij een titel aan zijn boek
meegeeft, die bij mij wegens dat ‘washed’ een associatie met iets negatiefs
oproept.
Los van de soms
bedenkelijke wijze waarop de vraag wordt gecreëerd, wil ik stilstaan bij de
noodzaak van vraagcreatie – de noodzaak ons huidig economisch systeem
veroorzaakt.
Al zouden alle
marketeers op de meest ethisch verantwoorde wijze hun vraagcreërend werk doen,
dan nog zullen zij – willen zij een bijdrage leveren aan het tenminste in
standhouden van het huidige systeem – mensen voorbij het genoeg moeten zien
overhalen om te blijven kopen en verspillen, ergo: consumeren dus. Uit die
logica volgt dat marketing-gericht-op-vraagcreatie
per definitie niet past in MVO. Enkel marketing die erop gericht
is te laten weten aan de mensen, op welke reële vraag (behoeftes, benodigdheden)
een zeker aanbod beschikbaar is, past in het concept van MVO.
Als ik om mij
heen kijk, kost het mij moeite om een dergelijke marketinguiting te vinden.
Telkens weer – nu via wat gedachten over
marketing – kom ik uit op de logica dat de principes van het huidig economisch
systeem veel principes, die tezamen het MVO-concept vormen, per definitie
uitsluiten. Dat leidt tot (mijn) conclusie dat we óf het huidig economisch
systeem moeten loslaten, óf het MVO-concept moeten laten voor wat het is.
Het willen werken volgens de principes van
beide systemen leidt slechts tot vrijblijvende prietpraat en frustraties bij
mensen, die het tóch proberen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten