woensdag 16 december 2015

Gastcolumn: Zelfrespect uit bevragende verwondering

Walter Benjamin (cultuurfilosoof, 1892-1940) zou gezegd hebben dat alle werkelijk grote boeken óf een genre creëren óf een genre vernietigen – en voor ‘werkelijke grote boeken’ kan ook worden gelezen: werkelijk grote schrijvers. Michel Houellebecq kan worden aangemerkt als de schepper van inktzwarte tragisch-humanistische literatuur, waarin het eindige leven vol lijden het waard is ‘tot de laatste druppel te worden leeggedronken’. En dat ‘waard zijn’ heeft ondertonen van ironie, nihilisme, tragiek, sarcasme en onverbiddelijkheid. Dat dan weer wel. 
Zijn romans, zoals Elementaire deeltjes, Platform en De kaart en het gebied zijn bij verschijnen schockerende gebeurtenissen. En ook onlangs weer. Houellebecq’s nieuwst boek Onderworpen (‘Soumission’) speelt zich af in het Frankrijk van 2022, waar de Moslimbroederschap de verkiezingen wint en het land Islamitisch maakt. Het boek vertelt ons hoe profijtelijk het is om je tot de islam te bekeren in een gelijkgeschakelde samenleving. Of dat goed is of niet, mag de lezer van Houellebecq zelf uitmaken. Onderworpen is een meesterlijke satire, consequent tot het bittere einde; het is grappig en geestrijk, en geschreven met het onaangedane gezicht van de droogkomiek. Houellebecq is de John Cleese van de literatuur.
Toch is de al dan niet aanwezige Islamkritiek – die publiekelijk zorgde voor veel controverse - niét de kern van de roman. Die gaat wezenlijk om de vraag hoe het gat in de Westerse cultuur te vullen na de dood van God. De beroemde journalist H.L. Mencken heeft eens geschreven: ‘De aansporing om de mensheid te redden, is meestal niets anders dan een façade om een oude regel te handhaven’. De aanslag op de redactielokalen van Charlie Hebdo is hier een onaangename illustratie in absurdum van. Net zoals het ‘minder, minder, minder’ van Wilders cs. dat was.
Je kunt beter gevreesd zijn dan geliefd. Als beide tegelijk onmogelijk zijn – Machiavelli zei het vijf honderd jaar geleden al – dan maar beter het eerste. Het is het geheim van botsende wereldbeelden samengevat in zeven woorden, het eenvoudigste en meest geniale recept voor profeten die de hoop hebben zich staande te houden door angst te scheppen – en het maakt niet uit of het Mohammed is, of Geert Wilders.
Kierkegaard zei het al: angst is de duizeligheid van de vrijheid.
Angst is de emotie die ons de absolute vrijheid laat zien, daarom is hij zo beklemmend. Wanneer angst optreedt, word je geconfronteerd met iets buiten jezelf. Je merkt dat de wereld groter is, dat de mogelijkheden oneindig zijn.  We kunnen niet goed omgaan met vrijheid. En om die vrijheid te structureren, hebben we wetenschap en religie uitgevonden. En we hebben columns, cartoons en kunst uitgevonden om dat tot op grote hoogte te relativeren en te bevragen.
Het antwoord op de islam is een politieke keuze, die per se tot verdeeldheid leidt. Enerzijds is er de lofzang op de liberale democratie, die vaak zo gemakzuchtig wordt afgedaan als leeg, plat en materialistisch. De kracht van die liberale democratie is juist dat ogenschijnlijk lege hart. De samenleving legt het individu zo min mogelijk op. Dat kan allicht ontaarden in wat zo fraai is getypeerd als het ‘Dikke ik’. Mijn eigen ‘Dikke ik’ werd begin jaren tachtig opgeschrikt door de Amerikaanse historicus Christopher Lasch, die in zijn bestseller The Culture of Narcissism beschreef hoe onze Westerse cultuur stukloopt op egocentrisme en het najagen van individueel geluk.
Anderzijds staat die liberale democratie onder druk omdat mensen het lege hart willen vullen met iets sterkers, iets waar meer smaak aanzit, houvast, waaraan zij identiteit kunnen ontlenen. Dat kan islam zijn, of nationalisme, Wall Street of een lange mars.
Houellebecq laat zien dat mensen moeilijk, en zeker steeds moeilijker, kunnen leven met wat zij beschouwen als de spirituele leegte van de Westerse samenleving.
Er lijkt een wonder nodig om die leegte zinvol te maken, of als zodanig te laten beleven. Zodanig dat in het wezen van die leegte een kracht ligt die ruimte laat voor een volledig leven, waarin men verbonden kan zijn naar eigen richting. Voorbij het dikke ik.
De vooruitgang in de moderne tijd wordt vooral gezocht in de enorme verhoging van het levenspeil die dankzij de liberale democratie en de industrialisering in de 19e eeuw begon. De modale moderne mens leeft op een consumptieniveau dat vroeger alleen voor aristocraten haalbaar was. Al het goede en het kwade van de moderne wereld vinden, volgens de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset in zijn De opstand van de massamens (1930), hun oorsprong en oorzaak in deze algehele verhoging van het levenspeil. Het goede ziet hij in een fenomenale groei van levenskracht en levensmogelijkheden. Het kwade bestaat er volgens hem uit dat de massamens niet beseft waaraan hij zijn enorm gegroeide welvaart te danken heeft. De massamens ervaart zijn toestand als natuurlijk en vanzelfsprekend, als een gegeven waar hij recht op heeft in plaats van hem te zien als een situatie die ook plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt. Het is als het ware verworden tot een broedplaats voor ‘Dikke ikken’. En onbevredigende leegte. Zonder verwondering.
Het is onversneden cultuurpessimisme, naast cultuurcritici als Nietzsche met zijn ‘laatste mens’ die alleen maar passief kan genieten en consumeren en Heidegger met zijn ‘men’ dat elke authenticiteit wegdrukt. Van de magisch-realisten (Marquez, Vargas Llosa, Cortázar) leerde ik de kracht van het magisch realisme.
"In extreme situaties, bij bezorgdheid, angst, liefde, dooft het licht van de ratio. Dan is alles mogelijk, dan kan elk wonder. En dat wonder is wat de eenzame, de laatste mens nodig heeft." 

De wedergeboorte van zelfrespect zou zo’n wonder kunnen zijn.
Zelfrespect heeft niets te maken met de goedkeuring van anderen, reputatie, buitenkant, maar alles met zelfverzoening en de moed om je eigen fouten te dragen. Mensen met zelfrespect kennen de prijskaartjes van hun acties en accepteren die. Wie daarentegen zelfrespect ontbeert, gaat geloven in de projecties die anderen van hem maken, is aardig omdat hij aardig gevonden wil worden, speelt iedere rol die hem wordt aangereikt. Een gebrek aan zelfrespect leidt tot zelfvervreemding. En zonder zelfrespect is ieder ‘nee’ een aanleiding om te verdrinken in zelfverwijt. Onderworpen, zou ik zeggen.
Zelfrespect is daarmee niet de naam van de oplossing, het is de naam voor een aantal urgente problemen die de mensheid als geheel aangaan, zoals het milieu, de biotechnologie en de nieuwe apartheid (tussen mensen die erbij horen en de buitengeslotenen, vluchtelingen, illegalen, laagopgeleiden, ed.). Literatuur is er, net als de filosofie niet voor de oplossingen, maar voor het stellen van de vragen die er toe doen.
Humor en de satire, literatuur, de kunst, moeten de uitersten opzoeken (en soms mogelijk net daar over), maar niét dat het geweld dat doet. Terroristen zijn toch de gehandicapten van de humor en de waarachtigheid. Kalasjnikovs zijn de krukken waarop de mentale horrelvoet zich voortsleept. Geweld stopt gesprekken.
Wanneer ‘het gisteren’ in gesprek is met ‘het vandaag’, schep je een moment ‘buiten de tijd’, een eeuwigheidsogenblik. Dat nu, is precies wat goede humor of satire, wat elke grote kunst tot stand brengt. En juist dat gesprek is wat al die valse profeten en hun horigen uit de weg willen gaan. Elke dag weer. Een gesprek is afstand doen van stelligheid, en dat is angstig. Het is ook de poort die je door kunt naar nieuwe mogelijkheden. Weg van de leegte.
Angst is de deur die ons de vrijheid toont. Daar zullen we samen doorheen moeten. Al pratend.

Auteur: L.L. Stegman, columnist www.waardenwerk.net


zondag 23 februari 2014

WhatsApp en Waarde(n)bepaling

De verkoop van WhatsApp aan Facebook veroorzaakt veel tumult. Economisch georiënteerden breken het hoofd over de vraag hoe je het voor elkaar krijgt om een 55 man sterk en overigens voornamelijk virtueel bedrijf voor 13,8 miljard euro te verkopen, en over de vraag hoe Facebook dit bedrag gaat terug verdienen. Voor- en tegenstanders van WhatApp en Facebook, en het gemiddelde journaille, maken zich en masse druk over de risico's van schending van de individuele privacyVoor- en tegenstanders van het al dan niet vrijwillig ter beschikking stellen van private gegevens, zijn onder te brengen in de groepen “Ze mogen alles van mij weten, want ik heb niks te verbergen” en de groep die inmiddels welhaast paranoïde zoekt naar middelen en maatregels, om gegevens af te schermen. Waar het werkelijk om gaat, ontgaat beide groepen.

Want waar het wél om gaat is dit: élke macht van enige omvang is slechts en alleen geïnteresseerd in de materiële waarde die jij (potentieel) vertegenwoordigt. Jouw arbeidskracht, denkkracht, verdienvermogen en voortplantingsvermogen, dat valt allemaal binnen het domein van materiële waarde. Bij elkaar opgeteld vertegenwoordigen je vermogens een economische (materiële) waarde. Deze materiële waarde moet beheerst, gestuurd, gemanaged, gecontroleerd worden. Dát is waar het om gaat, zowel eeuwen geleden als vandaag de dag.

Daarom ook wil elke macht maar al te graag weten welke ideeën er in jouw hoofd spelen, en ook welk macht jij hebt iets met die ideeën te doen. Als “ze” ontdekken, dat jij weinig materiële waarde vertegenwoordigt, en/of “ze” vinden uit dat jij er geen bedreigende (‘ketterse’) ideeën op na houdt en/of het ontbreekt jou aan (sociale) invloed (macht) om iets met je ideeën te doen, dan laten “ze” met rust. “Ze” willen namelijk zoveel als mogelijk controle over die vermogens en liefst tenminste invloed kunnen uitoefenen over het vruchtgebruik ervan. Bedreiging van hun beheersing en zeggenschap over het vruchtgebruik, willen “ze” in een zo vroeg mogelijk stadium detecteren, onder controle brengen en waar mogelijk elimineren.

In variatie geldt ongeveer hetzelfde voor commerciële machten: als blijkt (uit bijvoorbeeld marktonderzoek, of data-research) dat jij geen kooplustige ideeën koestert, en/of je ontbeert de macht (het geld) iets met je (kooplustige) ideeën te doen, dan laten die commerciële machten (bedrijven) je links liggen.

In alle andere gevallen trek je vroeg of laat de aandacht van “hen”, en die geven “ze” je dan ook. “Ze” zijn nieuwsgierige overheden, en bedrijven die je iets proberen te verkopen. Ik twijfel of ik moderne kerken ook onder die machten moet scharen, maar ik denk dat deze instituten nog niet zo lang geleden zeker ook gerekend konden worden tot “hen”. De vergelijking gaat in ieder geval wel op. Ook de vergelijking met het openbaren van de aandacht van de macht kent overeenkomsten. De ‘inquisitie’ van de kerk lijkt niet meer zo actief, en die van westerse overheden is in de eeuwen een stuk subtieler geworden en het geweld veel minder publiek.


Meer dan over het wel of niet ter beschikking stellen van je private gegevens, of juist het beschermen daarvan, zou je moeten nadenken over de idee van de waarde die “ze” aan jou toekennen, en de waarde die jijzelf wilt vertegenwoordigen. 
De manier waarop we waarde van mensen bepalen, geeft aan welke waarden we belangrijk vinden. Discussie dáárover is dieper dan de discussie over onze privacy.

Iemand als Edward Snowden heeft mogelijk deze dimensie van de omgang met individuele gegevens en het wezenlijke motief dat daaraan ten grondslag ligt, ook nog niet gezien. Maar tenminste intuïtief voelde hij aan, en steeds meer mensen met hem, dat het om iets heel fundamenteels gaat. Fundamenteel gaat het om waarden en mensbeelden, die we hanteren. Dat fundament sneeuwt onder als we de juiste vragen niet - en telkens weer - aan de orde stellen. 

Vanuit welk mensbeeld wil jij dat “zij” jou beschouwen en bejegenen? In welke mate wil je beïnvloed en gecontroleerd (kunnen) worden? In welke mate wil jijzelf de waarde bepalen, die je vertegenwoordigt als mens, als productiefactor, als verdienmogelijkheid?
Welke waarde ken jij jouzelf toe? 

En jij, als je behoort tot de mensen die samen een amorf “zij” vormen: in welke mate stuur, beheers, manage, controleer jij individuen? Op welke waarde richt jij je? Welke waarde ken jij een individuele mens toe? Hoeveel invloed oefen jij op het “zij” waar je deel van uitmaakt uit, om de waarde die “zij” toekennen aan mensen te bepalen? Aan welke waarden houd jij vast? 
Welke waarde ken jij mensen toe?

Dit zijn vragen die het fundament zouden moeten zijn van élk maatschappelijk debat:
Welke waarde kennen wij elkaar toe?

woensdag 8 januari 2014

Wat zijn we aan het doen?

In een LinkedIn-groep valt mijn oog op de vraag:
Ken je jouw talent?
Het Carrière Coach Café: een inspirerende avond waarin je op zoek gaat naar jouw speciale talent en hoe je dat talent kunt inzetten.

Annelies reageert als eerste:
Hallo Ineke, ik was verrast door je vraag. Ik heb namelijk het idee dat de mensen zo langzamerhand allemaal wel weten wat hun talent is. Heb jij die ervaring niet? Mij valt op dat mensen tegenwoordig veeleer geïntrigeerd raken door de vraag "Wat is jouw bijdrage?" Sterker nog: dat ze hunkeren naar het antwoord. Hoe is dat in jouw ervaring? Groet en een mooi begin van het nieuwe jaar, Annelies

Dan schrijft Marij:
De snelste manier om authentieke expressie te geven aan je mens zijn, is dat te doen waar je je werkelijk gelukkig bij voelt. Dan immers zul je het meest in lijn zijn met je zeer persoonlijke waarheid. Dat lijkt voor sommigen te passen bij "ik" eerst. Integendeel. Juist door te volgen hoe je je voelt, toon je zelf-liefde en daarmee groeit ook het gevoel van verbondenheid met alle anderen. Een van de vragen die in "carrière coach café" blijkbaar gesteld worden (vlgs de site) is "wat maakt je gelukkig". Reflecteren en voelen over die vraag kan een mooi begin zijn om dat "talent" vorm te (gaan) geven waarmee je niet alleen jezelf "dient", maar juist op de bij jou passende, unieke, wijze bijdraagt aan het geheel. Mensen hunkeren naar authentieke zelf-expressie. En dat vraagt te voelen wat ons gelukkig maakt. Dan zullen we van-Zelf bijdragen aan de samenleving, aan het geheel. Met je eigen, unieke, talent(en). Marij

Ineke bedankt voor de reacties:
Hallo Annelies, in de coach cafe's die we houden blijkt iedere keer weer dat mensen niet echt weten wat hun talent is. Eigenlijk geldt voor alle deelnemers dat ze naar huis gaan met een 'nieuw' talent waar ze mee verder kunnen. 
Wellicht kom jij vooral mensen tegen die een andere zoektocht doormaken? 
Voor jou ook alle goeds in 2014. En bedankt voor je bijdrage.
Beste Marij, jij ook: dank voor je aanvulling. Ineke

Dan schrijf ik mijn hartekreet:
Mij valt op dat mensen niet enkel meer hunkeren naar authentieke zelf-expressie, gelukkig worden en meer van zulks. Heel mensen ríchten zich met alles wat zij hebben op het zo authentiek als mogelijk uitdrukking te geven aan dat zelf van hen. Tegelijk hebben steeds meer mensen steeds verwarrender en onbegrensder ideeën over wat dan (hun) authenticiteit is, wat (hun) zelf is. En steeds meer mensen (professionals) hebben daar iets over te zeggen of te schrijven. 



Gelukkig worden is niet enkel meer een hunkering, maar inmiddels welhaast benoemd tot levensopgave. Dergelijke processen (authentiek expressie geven aan je zelf, en gelukkig worden als opgave) worden op steeds vroegere leeftijd in gang gezet (zie fenomenen als Expeditie Geluk.) 



Het is alsof mensen ertoe worden aangezet hun talenten eruit te pérsen. We willen het gras laten groeien door eraan te trekken. Professionals (coaches, trainers, therapeuten, docenten, ouders, hulpverleners, en wie niet) trekken, peuteren, duwen en persen. Onbewust en met de beste bedoelingen vermommen we dat als: leren dat mensen zelf leren trekken (persen, duwen, etc.), opdat mensen uiteindelijk - als een Baron von Münchhausen - in staat zullen zijn zelf hun talenten uit zichzelf te trekken, duwen of persen - als "het" er maar uit komt. 



Een kastanje wordt heus een kastanje, als die maar genoeg water, lucht, licht, ruimte, tijd en voeding krijgt. Als dat allemaal voor elkaar is drukt die kastanje helemaal als vanzelf zijn authentieke zelf uit, en wordt die kastanje uiteindelijk een grote gelukkige kastanjeboom. 



Wat we nu doen is schaven en schuren aan die kastanje. We maken de kastanje duidelijk  ("laten ontdekken") dat zijn talent is: kastanjeboom te zijn. We houden de kastanje (coachend) voor dat talent te volgen, opdat hij toch een zo gelukkig als mogelijke kastanjeboom wordt. Wel vertellen we erbij dat zijn vruchten beter wat eikelige kwaliteiten hebben, want dat past beter in een omgeving van verder allemaal eikels. 



Wat is er mis mee om jonge mensen de (ouderwetse?) kwaliteiten mee te geven van van consistent en gedisciplineerd werken? Wat is mis mee om jonge mensen te leren de onprettige kanten van de dagelijkse werkelijkheid incasseren en te leren er een fatsoenlijke omgang mee vinden? Wat is er mis mee om jonge mensen te leren dat zeuren niet helpt en aanpakken soms wel. Wat is er mis mee jonge mensen te leren dat er (sociale, mentale, financiële, technologische, etc.) grenzen zijn? Wat is er mis mee om jonge mensen te leren grenzen te ontdekken, te zetten, te verplaatsen, te respecteren, te negeren, etc.? 


(Volwassen mensen zijn vervormd gegroeide bomen, die zijn zoals ze zijn. Maar het zou aardig zijn als die volwassen bomen ophouden met het vormen van (jonge) bomen naar hun eigen vervormde verschijningen.) 



Wat is er mis mee om een ordentelijke "ecologie" te verzorgen? Wat is er mis ervoor te zorgen dat een kastanje genoeg water, lucht, licht, ruimte, tijd en voeding krijgt? Wat is er mis mee om te stoppen met het zo druk bezig te zijn met die kastanje, terwijl we vergéten te zorgen voor genoeg water, lucht, licht, ruimte tijd en voeding? Waarom houden we niet op met het  die kastanje leren zo druk bezig te zoeken naar het talent van een kastanje? Waarom laten we die kastanje dat niet gewoon ontdekken?

Wat is er mis mee mensen te helpen de slag te gaan, vóórdat zij naar huis gaan (i.p.v. hen naar juis te laten gaan met een (in het coach-café gevonden) nieuw talent waarmee “zij verder kunnen”). Help mensen aan de slag te komen, zodat zij al doende (al doende!) ontdekken zij wat hun talent is, en wat niet (i.p.v. niet-doende maar blijven zeuren over wat hun talent nu eigenlijk is of zou moeten zijn, or whatever. 



Wat zijn we met z'n allen toch aan het doen?

Ineke bedankt mij voor mijn “mooie reactie” en zegt:
Soms is het inderdaad beter om pas op de plaats te maken. Maar soms is het ook nodig om in beweging te komen. Het Carrière Coach Café is er niet voor iedereen. Maar wel voor diegenen die (weer) willen leren bloeien. 
Vandaar dat ik iedereen uitnodig: wie de schoen past trekke hem aan. Ineke

Tjonge. Laten we degene die weer wil leren bloeien vooral gaan helpen. Laten we de kastanje vooral weer leren een kastanjeboom te worden. Laten we hem vooral coachen bij het weer leren bloeien (maar alleen als die dat zelf wil ...).

Wat is dat toch voor raar idee dat de ander onze hulp nodig heeft om te leren bloeien?

Help ervoor te zorgen dat groeien en bloeien niet gehinderd wordt.
Help hindernissen op te ruimen, of te nemen.
Zorg ervoor dat er gegroeid en gebloeid kán worden.
Zorg voor water, lucht, licht, ruimte, tijd en voeding.
Blijf er verder met je "professionele", helpgeile tengels af!



donderdag 19 december 2013

Begin van ‘iets’ – wensen voor 2014

Velen hebben het gevoel dat we aan het eind van ‘iets’ gekomen zijn. De één noemt dat ‘iets’ het einde van de geschiedenis (Fukuyama, 1992), de ander zegt dat na het einde van het communisme nu het einde van het kapitalisme in zicht komt.
Vorig jaar nog waren er hele volkstammen die zelfs het einde van de wereld voorzagen.

Wat er ook ten einde aan het komen is: sinds de recente eeuwwisseling worden we geconfronteerd met processen, die steeds manifester zijn in hun falen. Sommig falen en de effecten ervan zijn op zeker moment niet langer buiten ons bewustzijn te houden. Niet langer ‘helpt’ verdringen, wegkijken, of ontkennen, of bagatelliseren. Dat is het moment waarop we spreken over: crisis. Inmiddels spreken we dagelijks over banken- en valutacrisis, terrorisme- en veiligheidcrisis, binnen- en buitenlandse schuldencrisis, de crisis van de voedselschaarste en natuurlijk de ecologische crisis. Minder ‘gestudeerden’ gooien alles op één berg en zeggen eenvoudig dat het crisis is.

Elke crisis kent een aantal overeenkomstige karakteristieken. De meest angstaanjagende zijn het niet kunnen begrijpen of beheersen van hetgeen gebeurt, het ‘gevoel’ kwijt te raken wat we nu ‘hebben’ en het ontbreken van een duidelijk toekomstbeeld. Ook kent elke crisis het circus van over elkaar heen buitelende leiders, politici, wetenschappers, deskundigen, specialisten, ondernemers – en wie eigenlijk niet. Echter: dat circus, dat zijn wij. Wij buitelen over elkaar met elk ons eigen gelijk, en de oplossingen die wij bedenken om greep te krijgen wat gebeurt. Maar het lijkt erop dat elke oplossing die wij bedénken, vroeg of laat de geboorte is van onvermoede nieuwe problemen. De dijken waarmee we de rivieren eeuwen lang succesvol indamden, ruilen we nu toch maar liever in voor het geven van de ruimte aan het wassende water.

Al die crises zijn echter symptomen van veel dieper liggende en fundamenteler bewegingen. In ál wat leeft spelen cyclische processen.  Ochtend, middag, avond, nacht, ochtend, … lente, zomer, herfst, winter, … nieuw leven, ontwikkeling tot volwassen levensvorm, veroudering, sterven … Het eind van ‘iets’ dat we beleven, is het beleven van de herfst of misschien wel winterfase van de cyclus van de tijd waarin we leven. We vergeten dat in dat ‘einde van iets’ tegelijk het ‘begin van iets’ ligt besloten.
Voor dat nieuwe ‘iets’ hoeven niks te doen, dat ‘iets’ is er gewoon. Alleen door alles wat we bedénken aan nieuwe technologie en innovatieve oplossingen, vertroebelt het zicht op dat nieuwe ‘iets’. 

Gelukkig verschijnt dat nieuwe 'iets' vanzelf. Dat verschijnen is niet tegen te houden of te stoppen. Zoals geen van de levenscycli te stoppen, noch te versnellen is. Wat wij mensen onszelf in onze hoogmoed ook toedichten, die cycli verlopen helemaal vanzelf. Wij ménsen veranderen de wereld – het is het leven zélf dat voortdurend en altijd in verandering is en blijft. Wat wij moeten doen, is leren om op dat wat gebeurt aan te sluiten. Wij moeten leren om ons te verbinden met het nieuwe begin van ‘iets’. 
Elke dag weer.

Wat wij mensen hebben bedácht kent, net als het proces van de natuur, verschillende cycli. Een aantal zaken houden op zeker moment op functioneel te zijn, ze zijn uitgewerkt. Er zijn dingen waarmee we moeten leren ophouden ze te doen. Fundamenteel is dat we moeten ophouden met het zo gefocust zijn op het claimen van onze rechten; bijvoorbeeld elke nieuwe medische technologie betekent nu automatisch dat we recht hebben op de mogelijkheden ervan. We claimen ons recht op elke nieuwe medische mogelijkheid. We claimen ons suf.

Meer algemeen moeten we ophouden met réchten als uitgangspunt te nemen. We moeten beginnen met verantwoordelijkheid als uitgangspunt te nemen. Als wij leren werkelijk onze verantwoordelijkheden te nemen, dan is het niet meer nodig aanspraak te hóeven doen op rechten. Kinderen zouden geen recht op eten en drinken nodig moeten hoeven hebben - wij zijn er immers verantwóórdelijk voor dat zij geen honger hebben.  Kinderen zouden geen recht op opvoeding, vorming en scholing nodig moeten hoeven hebben, het is onze verantwóórdelijkheid dat wij hen de juiste aandacht en zorg geven. Kinderen zouden geen recht op leven nodig moeten hoeven hebben, wij zijn er immers voor verantwóórdelijk dat zij kunnen leven. 
Het gaat niet om het beschermen van rechten van onze kinderen.
Het gaat erom dat wij onze verantwoordelijkheden nemen!

We hebben dringend behoefte aan een nieuw verhaal dat ons richting geeft. Onderdeel van dat nieuwe verhaal is dat we ophouden voor dat nieuwe verhaal verwachtingsvol te kijken naar leiders, politici, wetenschappers, deskundigen, specialisten, ondernemers, totdat zíj ons vertellen wat ons nieuwe verhaal is. 
Wijzelf zijn die leiders, politici, wetenschappers, deskundigen, specialisten, ondernemers. Het nieuwe verhaal is het verhaal dat wij zélf schrijven – het is ónze verantwoordelijkheid ons eigen verhaal te schrijven. Wij geven betekenis aan al wat gebeurt – het is aan ons verantwoordelijkheid te nemen voor de betekenissen die wijzelf hebben gegeven.

Ik wens dat wij – of dan toch: meer mensen dan nu al – in 2014 in saamhorigheid onze moed mobiliseren. Het vraagt moed om ’s ochtends weer aan de dag te beginnen om je best te doen er het beste van te maken – ondanks de mislukkingen van gisteren. Het vraagt moed om te stoppen met de dingen waarvan we wéten dat we ermee moeten stoppen. Het vraagt moed om te erkennen dat we bepaalde dingen niet moeten doen, of in ieder geval niet zó. Het vraagt moed om te beginnen met nieuwe dingen, terwijl we nog niet weten hoe het uit zal pakken. Het vraagt moed om ondanks teleurstellingen en kwetsuren toch ons hart open te houden en de hand te blijven reiken naar de ander.

We kunnen van Mandela een heilige maken. Als we van hem een heilige maken, verklaren we hem als boven ons mensen, en daarmee onnavolgbaar. Door van Mandela een heilige te maken, creëren we het excuus hem in ons streven niet na te hoeven volgen. Ik wens dat we de moed hebben om Mandela te zien als een mens zoals wijzelf. Mandela is voor mij een inspiratiebron om door te gaan en vol te houden, elke dag weer. Met wat Mandela heeft gedaan en bereikt is hij voor mij het levende bewijs, dat het kán! Mandela heeft ons een glimp laten zien van een nieuw begin van ‘iets’.


Wat maak jij van dat ‘iets’?

zaterdag 2 november 2013

Kwaliteit van vragen

De Hogeschoolstudenten Bedrijfskunde en Human Resources Management die ik mag begeleiden, worden in hun projecten geconfronteerd met dingen die te maken hebben met kwaliteit. Aan de ene kant stelt de school kwaliteitseisen: foutloos Nederlands en correct taalgebruik, het Plan van Aanpak moet voldoen aan hetgeen het format daarover voorschrijft, en elke fase binnen hun projecten heeft zo z’n eigen deadline. Aan de andere kant heeft elke ‘klant’ van de studenten ook z’n lijstje kwaliteitseisen.

De studenten zullen er in het proces van het project achterkomen dat zij in het proces van hun project zitten, en dat vooraf, al tijdens de eerste contacten met hun ‘klant’, onderscheid maken tussen proces en project zo onzinnig nog niet zou zijn geweest. Maar belangrijker nog zullen zij ontdekken, dat zij op de hen voorgeschotelde kwaliteitseisen beter goed zouden hebben dóórgevraagd, alvorens zulke lijstjes op te nemen in hun Plan van Aanpak.

Wat zou er gebeuren als een student met het eisenlijstje van de ‘klant’, werkelijke terzake doende vragen zou stellen? Bij bijvoorbeeld het eisenlijstje van een ‘klant’ (die vraagt om advies m.b.t. een nieuw HR-systeem), plaats ik een paar vragen die de student had kúnnen stellen.

1.  
“Er dient duidelijk inzicht te zijn in de kosten en opbrengsten van elk voorgesteld  systeem.”
Vraag kan zijn:
Hoe reeëel acht u het dat ik binnen de projecttijd van 3 maanden een dergelijke begroting maak?
Op basis van welke calculatie kan ik een dergelijke begroting maken?
2.
Er is wordt een integriteitseis gesteld (…). Handelingen welke haaks staan op deze eis, worden niet gedoogd.
Vraag kan zijn:
Welke handelingen – en van wie – bedoelt u?
3.
Het nieuw gekozen systeem dient een vereenvoudiging te zijn (…).
Vraag kan zijn:
Waarom vereenvoudigt u het huidige systeem niet (i.p.v. voor een geheel nieuw systeem te kiezen)?
4. 
Het nieuwe HR Systeem ondersteunt de gedachte van HR in de lijn (management / medewerkers).
Vraag kan zijn:
Welke ís de gedachte van HR?
5. Het nieuwe HR pakket beschikt over een ziek-, en herstelmelding functionaliteit (…).
Vraag kan zijn:
Is daar werkelijk een geheel nieuw pakket voor nodig? Kan daar niet een app op gebouwd worden?
6.
Indien gekozen wordt voor een “in the Cloud” systeem dient een garantieverklaring (…) van een accountant aanwezig te zijn.
Vragen kunnen zijn:
Wat moet die accountant garanderen?
Hoe kán een accountant überhaubt iets garanderen over ‘in the Cloud’ app’s?

Nu ja, de dames en heren studenten zullen snel genoeg ontdekken, dat de werkelijkheid er anders uitziet dan hetgeen zij uit hun studieboeken haalden en anders dan hen in de klas werd verteld. Ook zullen zij ontdekken, dat de mensen in de organisaties van hun ‘klanten’ kampen met diezelfde ontdekking. Bovendien kampen die mensen in ‘de echte wereld’ met de stress als gevolg van de inspanningen die zij dienen te verrichten om de discrepantie tussen de theorie en de werkelijkheid te verbloemen. Want zoals de studenten dergelijke vragen niet stellen, stellen de mensen in de ‘echte wereld’ dergelijke vragen ook veel te weinig en meestal niet.

Werkelijk kwaliteitsdenken begint bij het stellen van vragen.
Waarom dóen wij dit?
Waarom doen wíj dit?
Waarom doen wij dít?
Waarom doen wij dit ?
Waartoe doen wij dit?

En zoals kwaliteitsdénken begint bij het stellen van vragen, zo kán werkelijke kwaliteit ontstaan – zolang deze vragen maar gesteld blijven worden. Kwaliteit is een proces. Niet de uitkomst van een project.
Mensen, die de kwaliteit van vragen snappen, snappen dat. Voor hen is dit geen vraag, maar een weet.


woensdag 4 september 2013

Threat Levels

"The English are feeling the pinch in relation to recent events in Syria and have therefore raised their security level from "Miffed" to "Peeved." Soon, though, security levels may be raised yet again to "Irritated" or even "A Bit Cross." The English have not been "A Bit Cross" since the blitz in 1940 when tea supplies nearly ran out. Terrorists have been re-categorized from "Tiresome" to "A Bloody Nuisance." The last time the British issued a "Bloody Nuisance" warning level was in 1588, when threatened by the Spanish Armada.

The Scots have raised their threat level from "Pissed Off" to "Let's get the Bastards." They don't have any other levels. This is the reason they have been used on the front line of the British army for the last 300 years.

The French government announced yesterday that it has raised its terror alert level from "Run" to "Hide." The only two higher levels in France are "Collaborate" and "Surrender." The rise was precipitated by a recent fire that destroyed France 's white flag factory, effectively paralysing the country's military capability.

Italy has increased the alert level from "Shout Loudly and Excitedly" to "Elaborate Military Posturing." Two more levels remain: "Ineffective Combat Operations" and "Change Sides."

The Germans have increased their alert state from "Disdainful Arrogance" to "Dress in Uniform and Sing Marching Songs." They also have two higher levels: "Invade a Neighbour" and "Lose."

Belgians, on the other hand, are all on holiday as usual; the only threat they are worried about is NATO pulling out of Brussels.

The Spanish are all excited to see their new submarines ready to deploy. These beautifully designed subs have glass bottoms so the new Spanish navy can get a really good look at the old Spanish navy.

Australia, meanwhile, has raised its security level from "No worries" to "She'll be alright, Mate." Two more escalation levels remain: "Crikey! I think we'll need to cancel the barbie this weekend!" and "The barbie is cancelled." So far no situation has ever warranted use of the last final escalation level.

-- John Cleese - British writer, actor and tall person.

maandag 6 mei 2013

Geluk is een Keuze




Drie Soedanese kinderen die verkeerde keuzes maken?












Van dat ondoordachte en onbedoeld onbarmhartige ‘Geluk is een Keuze’ begin ik een beetje genoeg te krijgen. De foto’s van drie Soedanese kinderen vorige week pontificaal op het voorblad van de NRC  zijn willekeurige illustraties van het onware van het gratuite ‘Geluk is een Keuze’ motto.

Geluk lijkt wellicht een keuze als je je geen zorgen hoeft te maken of je je kinderen dagelijks te eten kunt geven, en wanneer je er geen rekening mee hoeft te houden waar vandaag de bommen vallen. Geluk lijkt een keuze wanneer je kunt kiezen uit ‘vlees’ of ‘vis’ of ‘vegetarisch’, huiswijn of toch maar – doe es gek – die gran cru. Geluk lijkt een keuze wanneer je kunt kiezen om toch nog maar even happy single én career mom te blijven en je IVF-kind naar de crèche te doen.

Werkelijk kiezen doe je voor je beslissing er het in alle situaties het beste van willen maken. Een werkelijke keuze is je beslissing er ook het beste van te willen blijven maken als het tegenzit. 

Als je even geen geluk hebt. Juist dan.