"De multiculturele samenleving ligt inmiddels achter ons, maar het discours voor een andere samenleving staat nog maar net in de steigers. In de media wordt nog steeds gesproken over integratie en identiteit, maar in beleidsland wordt in toenemende mate in termen van integraliteit en duurzaamheid gedacht zonder dat deze containerbegrippen systematisch uitgewerkt en geschaald doorvertaald worden naar de praktijk. In deze cursus ("Utopische gemeenschap, radicale differentie, relationele interesse. Contouren van een relationele ecosofie", door Henk Oosterling, Faculteit der Wijsbegeerte EUR) worden de contouren van het politiek-filosofisch discours geschetst dat aan de eis tot systematische pragmatiek tegemoet komt. Uitgangspunt is het 19e eeuwse gedachtegoed van politieke denkers uit de dialectische traditie (Hegel, Marx) en hun 20e eeuwse erfgenamen (Ardorno, Habermas, Badiou, Zizek).
In de jaren zestig van de 20e eeuw ontvouwt zich een fundamentele kritiek van differentiedenkers (Foucault, Derrida, Deleuze, Guattari) op de methodologische, kentheoretische, ontologische en politiek-filosofische vooronderstellingen van deze dialectische denkers. Daarmee wordt het zicht geopend op de constitutieve rol van (het) verschillen. De Ander komt in beeld en daarmee de aporetische grondslag van de westerse subjectiviteit. Of om het paradoxaal te formuleren: een niet in te corporeren vreemdheid is eigen aan het subject. In het werk van differentiedenkers verschuift geleidelijk aan het accent van de ander en het verschil, naar wat aanvankelijk als het 'tussen' wordt aangeduid. Deze aandacht voor het 'tussen' of 'inter' wordt mede in gegeven door de invloed van media op het dagelijks bestaan en de doorwerking van artistieke en esthetische reflecties in het dagelijks leven. De overlap tussen kunst, cultuur, en politiek wordt met behulp van drie begrippen ontsloten: intermedialiteit, interculturaliteit en interesse.
Deze exercitie levert de contouren van een filosofie die niet langer uitgaat van het primaat van óf identiteiten óf verschillen, maar relaties als primair uitgangspunt neemt. Het sluitstuk van dit discours dat globalisering in een nieuw politiek-filosofisch kader plaatst, is het ineenschuiven van micopolitiek, geopolitiek en ecopolitiek. De noemer waaronder deze relationele filosofie zich aandient is ecosofie."
donderdag 7 oktober 2010
vrijdag 1 oktober 2010
Focus op onderwijs? Of: focus op de lerende?
Sugata Mitra: The child-driven education | Video on TED.com
Een prachtig verhaal van iemand op zoek naar het geheim van educatie.
Hoe zorg je ervoor dat de natuurlijke weetgierigheid van kinderen transformeert naar leergierigheid?
Hoe zorg je ervoor dat die leerzin niet gedoofd wordt door alles wat "moet" in het sociale (je moet: je fatsoenlijk gedragen, je moet het zo doen en niet zo, je moet een doel stellen en dat vervolgens halen, je moet je verantwoorden, je moet anderen controleren, je moet werkopdrachten uitvoeren en je moet leiding geven, et cetera)?
De zoektocht naar dat geheim: een queeste!
Een prachtig verhaal van iemand op zoek naar het geheim van educatie.
Hoe zorg je ervoor dat de natuurlijke weetgierigheid van kinderen transformeert naar leergierigheid?
Hoe zorg je ervoor dat die leerzin niet gedoofd wordt door alles wat "moet" in het sociale (je moet: je fatsoenlijk gedragen, je moet het zo doen en niet zo, je moet een doel stellen en dat vervolgens halen, je moet je verantwoorden, je moet anderen controleren, je moet werkopdrachten uitvoeren en je moet leiding geven, et cetera)?
De zoektocht naar dat geheim: een queeste!
dinsdag 30 maart 2010
De sleutel
Interesse – de sleutel tot de verbinding tussen mensen ? Hoezo? Ik leg uit hoe ik dat zie.
Als je met iemand in gesprek bent, gebruik je woorden. Die woorden komen voort uit je binnenwereld. In je binnenwereld leven je gevoelens, je meningen, je oordelen. Alles tezamen vormt de context van waaruit je spreekt. Die ander doet dat net zo.
Je kunt niet ‘kijken’ wat er in de binnenwereld van de ander is. Andersom kan die ander geen kijkje in jouw binnenwereld nemen. Door woorden (of tekeningen of muziek of kleivormen, of …, maar de meeste van ons gebruiken woorden) te gebruiken, druk je uit wat in je binnenwereld leeft. Door te luisteren naar de ander, krijgt je iets te weten over de binnenwereld van de ander.
Door vragen aan de ander te stellen, gaat de ander vertellen. Je kunt op verschillende manieren vragen stellen, en elke manier heeft een andere manier van vertellen tot gevolg. Stel je bijvoorbeeld enkel nieuwsgierige vragen, gericht op het verkrijgen van informatie die voor jouzelf van belang is, dan zal de ander dit mogelijk ervaren als uithoren of zelfs verhoren. Maar na verloop van tijd zal de ander minder graag vertellen en terughoudender worden met het prijsgeven van wat in diens binnenwereld leeft. De ander voelt in ieder geval dat je niet op diens belang bent gericht.
Je kunt echter je vragen ook zodanig stellen dat de ander zich geholpen voelt om onder woorden te brengen wat er allemaal in diens binnenwereld leeft. Op die manier help je de ander ideëen en gevoelens in de buitenwereld vorm te geven. De ander voelt dat je op het belang van hem of haar bent gericht.
Die laatste manier van vragen vergt een houding die je eigen binnenwereld als het ware tijdelijk ‘parkeert’. Even wat minder aandacht voor je eigen oordelen en meningen. Even de volledige aandacht op wat er leeft in de binnenwereld van de ander.
Met deze houding en gerichtheid, met deze manier van vragen, ben je even niet in je eigen binnenwereld. In de binnenwereld van de ander kun je per definitie niet zijn. Je bent dus tijdelijk in een soort tussenruimte.
En zo kom ik op de sleutel: ‘inter’ is Latijn voor tussen, ‘esse’ is Latijn voor zijn. Tussen Zijn.
Als je met iemand in gesprek bent, gebruik je woorden. Die woorden komen voort uit je binnenwereld. In je binnenwereld leven je gevoelens, je meningen, je oordelen. Alles tezamen vormt de context van waaruit je spreekt. Die ander doet dat net zo.
Je kunt niet ‘kijken’ wat er in de binnenwereld van de ander is. Andersom kan die ander geen kijkje in jouw binnenwereld nemen. Door woorden (of tekeningen of muziek of kleivormen, of …, maar de meeste van ons gebruiken woorden) te gebruiken, druk je uit wat in je binnenwereld leeft. Door te luisteren naar de ander, krijgt je iets te weten over de binnenwereld van de ander.
Door vragen aan de ander te stellen, gaat de ander vertellen. Je kunt op verschillende manieren vragen stellen, en elke manier heeft een andere manier van vertellen tot gevolg. Stel je bijvoorbeeld enkel nieuwsgierige vragen, gericht op het verkrijgen van informatie die voor jouzelf van belang is, dan zal de ander dit mogelijk ervaren als uithoren of zelfs verhoren. Maar na verloop van tijd zal de ander minder graag vertellen en terughoudender worden met het prijsgeven van wat in diens binnenwereld leeft. De ander voelt in ieder geval dat je niet op diens belang bent gericht.
Je kunt echter je vragen ook zodanig stellen dat de ander zich geholpen voelt om onder woorden te brengen wat er allemaal in diens binnenwereld leeft. Op die manier help je de ander ideëen en gevoelens in de buitenwereld vorm te geven. De ander voelt dat je op het belang van hem of haar bent gericht.
Die laatste manier van vragen vergt een houding die je eigen binnenwereld als het ware tijdelijk ‘parkeert’. Even wat minder aandacht voor je eigen oordelen en meningen. Even de volledige aandacht op wat er leeft in de binnenwereld van de ander.
Met deze houding en gerichtheid, met deze manier van vragen, ben je even niet in je eigen binnenwereld. In de binnenwereld van de ander kun je per definitie niet zijn. Je bent dus tijdelijk in een soort tussenruimte.
En zo kom ik op de sleutel: ‘inter’ is Latijn voor tussen, ‘esse’ is Latijn voor zijn. Tussen Zijn.
Abonneren op:
Posts (Atom)