donderdag 19 december 2013

Begin van ‘iets’ – wensen voor 2014

Velen hebben het gevoel dat we aan het eind van ‘iets’ gekomen zijn. De één noemt dat ‘iets’ het einde van de geschiedenis (Fukuyama, 1992), de ander zegt dat na het einde van het communisme nu het einde van het kapitalisme in zicht komt.
Vorig jaar nog waren er hele volkstammen die zelfs het einde van de wereld voorzagen.

Wat er ook ten einde aan het komen is: sinds de recente eeuwwisseling worden we geconfronteerd met processen, die steeds manifester zijn in hun falen. Sommig falen en de effecten ervan zijn op zeker moment niet langer buiten ons bewustzijn te houden. Niet langer ‘helpt’ verdringen, wegkijken, of ontkennen, of bagatelliseren. Dat is het moment waarop we spreken over: crisis. Inmiddels spreken we dagelijks over banken- en valutacrisis, terrorisme- en veiligheidcrisis, binnen- en buitenlandse schuldencrisis, de crisis van de voedselschaarste en natuurlijk de ecologische crisis. Minder ‘gestudeerden’ gooien alles op één berg en zeggen eenvoudig dat het crisis is.

Elke crisis kent een aantal overeenkomstige karakteristieken. De meest angstaanjagende zijn het niet kunnen begrijpen of beheersen van hetgeen gebeurt, het ‘gevoel’ kwijt te raken wat we nu ‘hebben’ en het ontbreken van een duidelijk toekomstbeeld. Ook kent elke crisis het circus van over elkaar heen buitelende leiders, politici, wetenschappers, deskundigen, specialisten, ondernemers – en wie eigenlijk niet. Echter: dat circus, dat zijn wij. Wij buitelen over elkaar met elk ons eigen gelijk, en de oplossingen die wij bedenken om greep te krijgen wat gebeurt. Maar het lijkt erop dat elke oplossing die wij bedénken, vroeg of laat de geboorte is van onvermoede nieuwe problemen. De dijken waarmee we de rivieren eeuwen lang succesvol indamden, ruilen we nu toch maar liever in voor het geven van de ruimte aan het wassende water.

Al die crises zijn echter symptomen van veel dieper liggende en fundamenteler bewegingen. In ál wat leeft spelen cyclische processen.  Ochtend, middag, avond, nacht, ochtend, … lente, zomer, herfst, winter, … nieuw leven, ontwikkeling tot volwassen levensvorm, veroudering, sterven … Het eind van ‘iets’ dat we beleven, is het beleven van de herfst of misschien wel winterfase van de cyclus van de tijd waarin we leven. We vergeten dat in dat ‘einde van iets’ tegelijk het ‘begin van iets’ ligt besloten.
Voor dat nieuwe ‘iets’ hoeven niks te doen, dat ‘iets’ is er gewoon. Alleen door alles wat we bedénken aan nieuwe technologie en innovatieve oplossingen, vertroebelt het zicht op dat nieuwe ‘iets’. 

Gelukkig verschijnt dat nieuwe 'iets' vanzelf. Dat verschijnen is niet tegen te houden of te stoppen. Zoals geen van de levenscycli te stoppen, noch te versnellen is. Wat wij mensen onszelf in onze hoogmoed ook toedichten, die cycli verlopen helemaal vanzelf. Wij ménsen veranderen de wereld – het is het leven zélf dat voortdurend en altijd in verandering is en blijft. Wat wij moeten doen, is leren om op dat wat gebeurt aan te sluiten. Wij moeten leren om ons te verbinden met het nieuwe begin van ‘iets’. 
Elke dag weer.

Wat wij mensen hebben bedácht kent, net als het proces van de natuur, verschillende cycli. Een aantal zaken houden op zeker moment op functioneel te zijn, ze zijn uitgewerkt. Er zijn dingen waarmee we moeten leren ophouden ze te doen. Fundamenteel is dat we moeten ophouden met het zo gefocust zijn op het claimen van onze rechten; bijvoorbeeld elke nieuwe medische technologie betekent nu automatisch dat we recht hebben op de mogelijkheden ervan. We claimen ons recht op elke nieuwe medische mogelijkheid. We claimen ons suf.

Meer algemeen moeten we ophouden met réchten als uitgangspunt te nemen. We moeten beginnen met verantwoordelijkheid als uitgangspunt te nemen. Als wij leren werkelijk onze verantwoordelijkheden te nemen, dan is het niet meer nodig aanspraak te hóeven doen op rechten. Kinderen zouden geen recht op eten en drinken nodig moeten hoeven hebben - wij zijn er immers verantwóórdelijk voor dat zij geen honger hebben.  Kinderen zouden geen recht op opvoeding, vorming en scholing nodig moeten hoeven hebben, het is onze verantwóórdelijkheid dat wij hen de juiste aandacht en zorg geven. Kinderen zouden geen recht op leven nodig moeten hoeven hebben, wij zijn er immers voor verantwóórdelijk dat zij kunnen leven. 
Het gaat niet om het beschermen van rechten van onze kinderen.
Het gaat erom dat wij onze verantwoordelijkheden nemen!

We hebben dringend behoefte aan een nieuw verhaal dat ons richting geeft. Onderdeel van dat nieuwe verhaal is dat we ophouden voor dat nieuwe verhaal verwachtingsvol te kijken naar leiders, politici, wetenschappers, deskundigen, specialisten, ondernemers, totdat zíj ons vertellen wat ons nieuwe verhaal is. 
Wijzelf zijn die leiders, politici, wetenschappers, deskundigen, specialisten, ondernemers. Het nieuwe verhaal is het verhaal dat wij zélf schrijven – het is ónze verantwoordelijkheid ons eigen verhaal te schrijven. Wij geven betekenis aan al wat gebeurt – het is aan ons verantwoordelijkheid te nemen voor de betekenissen die wijzelf hebben gegeven.

Ik wens dat wij – of dan toch: meer mensen dan nu al – in 2014 in saamhorigheid onze moed mobiliseren. Het vraagt moed om ’s ochtends weer aan de dag te beginnen om je best te doen er het beste van te maken – ondanks de mislukkingen van gisteren. Het vraagt moed om te stoppen met de dingen waarvan we wéten dat we ermee moeten stoppen. Het vraagt moed om te erkennen dat we bepaalde dingen niet moeten doen, of in ieder geval niet zó. Het vraagt moed om te beginnen met nieuwe dingen, terwijl we nog niet weten hoe het uit zal pakken. Het vraagt moed om ondanks teleurstellingen en kwetsuren toch ons hart open te houden en de hand te blijven reiken naar de ander.

We kunnen van Mandela een heilige maken. Als we van hem een heilige maken, verklaren we hem als boven ons mensen, en daarmee onnavolgbaar. Door van Mandela een heilige te maken, creëren we het excuus hem in ons streven niet na te hoeven volgen. Ik wens dat we de moed hebben om Mandela te zien als een mens zoals wijzelf. Mandela is voor mij een inspiratiebron om door te gaan en vol te houden, elke dag weer. Met wat Mandela heeft gedaan en bereikt is hij voor mij het levende bewijs, dat het kán! Mandela heeft ons een glimp laten zien van een nieuw begin van ‘iets’.


Wat maak jij van dat ‘iets’?

zaterdag 2 november 2013

Kwaliteit van vragen

De Hogeschoolstudenten Bedrijfskunde en Human Resources Management die ik mag begeleiden, worden in hun projecten geconfronteerd met dingen die te maken hebben met kwaliteit. Aan de ene kant stelt de school kwaliteitseisen: foutloos Nederlands en correct taalgebruik, het Plan van Aanpak moet voldoen aan hetgeen het format daarover voorschrijft, en elke fase binnen hun projecten heeft zo z’n eigen deadline. Aan de andere kant heeft elke ‘klant’ van de studenten ook z’n lijstje kwaliteitseisen.

De studenten zullen er in het proces van het project achterkomen dat zij in het proces van hun project zitten, en dat vooraf, al tijdens de eerste contacten met hun ‘klant’, onderscheid maken tussen proces en project zo onzinnig nog niet zou zijn geweest. Maar belangrijker nog zullen zij ontdekken, dat zij op de hen voorgeschotelde kwaliteitseisen beter goed zouden hebben dóórgevraagd, alvorens zulke lijstjes op te nemen in hun Plan van Aanpak.

Wat zou er gebeuren als een student met het eisenlijstje van de ‘klant’, werkelijke terzake doende vragen zou stellen? Bij bijvoorbeeld het eisenlijstje van een ‘klant’ (die vraagt om advies m.b.t. een nieuw HR-systeem), plaats ik een paar vragen die de student had kúnnen stellen.

1.  
“Er dient duidelijk inzicht te zijn in de kosten en opbrengsten van elk voorgesteld  systeem.”
Vraag kan zijn:
Hoe reeëel acht u het dat ik binnen de projecttijd van 3 maanden een dergelijke begroting maak?
Op basis van welke calculatie kan ik een dergelijke begroting maken?
2.
Er is wordt een integriteitseis gesteld (…). Handelingen welke haaks staan op deze eis, worden niet gedoogd.
Vraag kan zijn:
Welke handelingen – en van wie – bedoelt u?
3.
Het nieuw gekozen systeem dient een vereenvoudiging te zijn (…).
Vraag kan zijn:
Waarom vereenvoudigt u het huidige systeem niet (i.p.v. voor een geheel nieuw systeem te kiezen)?
4. 
Het nieuwe HR Systeem ondersteunt de gedachte van HR in de lijn (management / medewerkers).
Vraag kan zijn:
Welke ís de gedachte van HR?
5. Het nieuwe HR pakket beschikt over een ziek-, en herstelmelding functionaliteit (…).
Vraag kan zijn:
Is daar werkelijk een geheel nieuw pakket voor nodig? Kan daar niet een app op gebouwd worden?
6.
Indien gekozen wordt voor een “in the Cloud” systeem dient een garantieverklaring (…) van een accountant aanwezig te zijn.
Vragen kunnen zijn:
Wat moet die accountant garanderen?
Hoe kán een accountant überhaubt iets garanderen over ‘in the Cloud’ app’s?

Nu ja, de dames en heren studenten zullen snel genoeg ontdekken, dat de werkelijkheid er anders uitziet dan hetgeen zij uit hun studieboeken haalden en anders dan hen in de klas werd verteld. Ook zullen zij ontdekken, dat de mensen in de organisaties van hun ‘klanten’ kampen met diezelfde ontdekking. Bovendien kampen die mensen in ‘de echte wereld’ met de stress als gevolg van de inspanningen die zij dienen te verrichten om de discrepantie tussen de theorie en de werkelijkheid te verbloemen. Want zoals de studenten dergelijke vragen niet stellen, stellen de mensen in de ‘echte wereld’ dergelijke vragen ook veel te weinig en meestal niet.

Werkelijk kwaliteitsdenken begint bij het stellen van vragen.
Waarom dóen wij dit?
Waarom doen wíj dit?
Waarom doen wij dít?
Waarom doen wij dit ?
Waartoe doen wij dit?

En zoals kwaliteitsdénken begint bij het stellen van vragen, zo kán werkelijke kwaliteit ontstaan – zolang deze vragen maar gesteld blijven worden. Kwaliteit is een proces. Niet de uitkomst van een project.
Mensen, die de kwaliteit van vragen snappen, snappen dat. Voor hen is dit geen vraag, maar een weet.


woensdag 4 september 2013

Threat Levels

"The English are feeling the pinch in relation to recent events in Syria and have therefore raised their security level from "Miffed" to "Peeved." Soon, though, security levels may be raised yet again to "Irritated" or even "A Bit Cross." The English have not been "A Bit Cross" since the blitz in 1940 when tea supplies nearly ran out. Terrorists have been re-categorized from "Tiresome" to "A Bloody Nuisance." The last time the British issued a "Bloody Nuisance" warning level was in 1588, when threatened by the Spanish Armada.

The Scots have raised their threat level from "Pissed Off" to "Let's get the Bastards." They don't have any other levels. This is the reason they have been used on the front line of the British army for the last 300 years.

The French government announced yesterday that it has raised its terror alert level from "Run" to "Hide." The only two higher levels in France are "Collaborate" and "Surrender." The rise was precipitated by a recent fire that destroyed France 's white flag factory, effectively paralysing the country's military capability.

Italy has increased the alert level from "Shout Loudly and Excitedly" to "Elaborate Military Posturing." Two more levels remain: "Ineffective Combat Operations" and "Change Sides."

The Germans have increased their alert state from "Disdainful Arrogance" to "Dress in Uniform and Sing Marching Songs." They also have two higher levels: "Invade a Neighbour" and "Lose."

Belgians, on the other hand, are all on holiday as usual; the only threat they are worried about is NATO pulling out of Brussels.

The Spanish are all excited to see their new submarines ready to deploy. These beautifully designed subs have glass bottoms so the new Spanish navy can get a really good look at the old Spanish navy.

Australia, meanwhile, has raised its security level from "No worries" to "She'll be alright, Mate." Two more escalation levels remain: "Crikey! I think we'll need to cancel the barbie this weekend!" and "The barbie is cancelled." So far no situation has ever warranted use of the last final escalation level.

-- John Cleese - British writer, actor and tall person.

maandag 6 mei 2013

Geluk is een Keuze




Drie Soedanese kinderen die verkeerde keuzes maken?












Van dat ondoordachte en onbedoeld onbarmhartige ‘Geluk is een Keuze’ begin ik een beetje genoeg te krijgen. De foto’s van drie Soedanese kinderen vorige week pontificaal op het voorblad van de NRC  zijn willekeurige illustraties van het onware van het gratuite ‘Geluk is een Keuze’ motto.

Geluk lijkt wellicht een keuze als je je geen zorgen hoeft te maken of je je kinderen dagelijks te eten kunt geven, en wanneer je er geen rekening mee hoeft te houden waar vandaag de bommen vallen. Geluk lijkt een keuze wanneer je kunt kiezen uit ‘vlees’ of ‘vis’ of ‘vegetarisch’, huiswijn of toch maar – doe es gek – die gran cru. Geluk lijkt een keuze wanneer je kunt kiezen om toch nog maar even happy single én career mom te blijven en je IVF-kind naar de crèche te doen.

Werkelijk kiezen doe je voor je beslissing er het in alle situaties het beste van willen maken. Een werkelijke keuze is je beslissing er ook het beste van te willen blijven maken als het tegenzit. 

Als je even geen geluk hebt. Juist dan.



maandag 21 januari 2013

Op andere gedachten komen



Dit is het laatste blog dat ik over taboes en onzin schrijf. Deze laatste keer schrijf ik over taboes als het publiekelijk kenbaar maken, dat je je vergist hebt, het op andere gedachten komen, en dáárom andere dingen gaan doen. Onderliggende taboes betreffen het niet weten en het taboe van vergissen, vaak doorspekt met het taboe van falen, of erger: mislukken. Al die dingen mogen niet. En natuurlijk mogen erkennen, bekennen en rekenschap geven al helemaal niet, zeker niet als je een leider bent. Mooie illustraties van (een complexe mixture van) deze taboes vind je in de politiek (daar wordt ‘op andere gedachten komen’, ‘zwalken’ of ‘draaien’ genoemd en is per definitie ‘onbetrouwbaar’), in de financiële wereld (lees de columns van Joris Luyendijk over de Londense financiële scene), de woningbouw-coöperaties, de vastgoedsector, defensie, de rechterlijke macht, de journalistiek, de kerk (alhoewel daar een taboe-doorbrekend “Wir haben es nicht gewusst” klonk uit de mond van Simonis, maar zijn hypocrisie was zo grotesk dat het weer niet echt taboe-doorbrekend was), de Raden van Bestuur van zorginstellingen en bedrijven en energieleveranciers, de gedrogeerde fietsbende (waar een taboe omerta wordt genoemd), de fantasierijke wetenschappers, en, …, …
Tja, waar gelden deze taboes niet?

Uitgerekend een persoonlijk inzicht – in drie stappen kwam ik daartoe – doet mij besluiten om het taboe in ieder geval zelf te doorbreken. Ik leg uit hoe ik mij vergist heb. Mij daarvan rekenschap gevend, kwam ik op nieuwe gedachten. In dit blog laat ik je weten wat ik daarom anders ga doen.

Het is nu echt tot mij doorgedrongen: schrijven of roepen over taboes en onzin werkt niet! Hoe scherp columnisten of cabaratiers of journalisten ook taboes en onzin aan de orde stellen: het maakt allemaal geen drol uit. Mensen blijven doen wat ze doen, en andere de mensen blijven zich er vrijblijvend boos over maken. “Goh, wat nam Youp ze weer raak op de hak!”, “Wat was Mischa toch wel weer erg scherp!” “Goed dat het gezegd is, dan hoeven wij het zelf niet te doen, en maandag gaan we weer in mallemolen aan het werk, en maken we ons daar verder boos over wat er allemaal mis is.”
Nu ja, het werkt niet – en al zeker niet op het niveau waarop ik schrijf en roep.
Da’s stap één.

Op de één of andere manier drong eerst recent écht tot me door dat alles – álles – dat aandacht krijgt, groeit! Ik heb even over het hoofd gezien, dat alle aandacht die ik geef aan taboes en lelijke onzin, natuurlijk ook ‘voedende’ waarde heeft . Wellicht niet direct meetbaar, maar onweerlegbaar volgens mijn eigen logica, draag ik, door er over te schrijven en me er anderszins mee bezig te houden, dus juist bij aan het ‘groeien’ van taboes en onzin.
Da’s stap twee.

De derde stap in mijn denkproces is van pijnlijk persoonlijke aard. Over heel veel dingen waarvan ik vind dat dat niet kan, dat het niet zou mogen maggen, dat het niet rechtvaardig is, of laf, of anderszins niet deugt, ben ik heel erg boos en verontwaardigd. De slotregel “Créer c'est résister. Résister c'est créer”, waarmee Stéphane Hessel zijn  essay “Indignez-vous!” afsluit, is geheel en al aan mij besteedt. Wat ik mensen elkaar heb zien aandoen in gemeentes en directoraten van ministeries, binnen politie en defensie, in grote op winst gerichte bedrijven en in kleine door hoogstaande idealen geinspireerde bedrijven, in vluchtelingenkampen in Bosnië en binnen de NGO’s die eromheen cirkelden, of wat mijn vader mij aandeed, en ik hem … Zoveel boosheid! Die boosheid op zichzelf lijkt me gerechtvaardigd, en het lijkt me zelfs gek om over zulke dingen niet de boosheid te voelen. Ik wil ‘em niet kwijt, die boosheid. Maar wat ik niet meer wil, is dat die boosheid mijn denken en daardoor mijn emoties en daardoor mijn gevoelens zó bepaalt! Mijn boosheid mag dan als een bougie-vonk de impuls zijn om verontwaardiging te voelen. Maar vanwege de eerste twee ingrediënten weet ik nu dat het marineren van mijn denken en doen in die emotie niet zo slim, want contraproductief is.

Daarom wil ik het anders doen. Ik blijf alle lelijke, onjuiste en hypocriete onzin zien. Daardoor zal ik zal de boosheid erover blijven voelen als de hete emotie-erupties in mijn lijf. Ik zie nu eenmaal wat ik zie, en wegkijken ligt nu eenmaal niet in mijn (in die zin) ongemakkelijke aard. Maar wat ik anders kan doen, is het oefenen van het richten van mijn aandacht. Ik ga oefenen met het mij richten op de dingen die wél werken. Op de gedurfde, creatieve, slimme dingen die mensen verder brengen. Ik oefen met het richten van mijn aandacht op de dingen die leuk, goed en mooi zijn.

Alles dat aandacht krijgt, groeit. Ik ga leuke, goede en mooie dingen laten groeien.