Velen hebben het gevoel dat we aan het eind van ‘iets’
gekomen zijn. De één noemt dat ‘iets’ het einde van de geschiedenis (Fukuyama,
1992), de ander zegt dat na het einde van het communisme nu het einde van het kapitalisme in zicht komt.
Vorig jaar nog waren er hele volkstammen die zelfs
het einde van de wereld voorzagen.
Wat er ook ten einde aan het komen is: sinds de recente
eeuwwisseling worden we geconfronteerd met processen, die steeds manifester zijn
in hun falen. Sommig falen en de effecten ervan zijn op zeker moment niet
langer buiten ons bewustzijn te houden. Niet langer ‘helpt’ verdringen, wegkijken, of ontkennen, of
bagatelliseren. Dat is het moment waarop we spreken over: crisis. Inmiddels
spreken we dagelijks over banken- en valutacrisis, terrorisme- en veiligheidcrisis,
binnen- en buitenlandse schuldencrisis, de crisis van de voedselschaarste en
natuurlijk de ecologische crisis. Minder ‘gestudeerden’ gooien alles op één
berg en zeggen eenvoudig dat het crisis is.
Elke crisis kent een aantal overeenkomstige
karakteristieken. De meest angstaanjagende zijn het niet kunnen begrijpen of
beheersen van hetgeen gebeurt, het ‘gevoel’ kwijt te raken wat we nu ‘hebben’
en het ontbreken van een duidelijk toekomstbeeld. Ook kent elke crisis het circus
van over elkaar heen buitelende leiders, politici, wetenschappers, deskundigen,
specialisten, ondernemers – en wie eigenlijk niet. Echter: dat circus, dat zijn wij.
Wij buitelen over elkaar met elk ons eigen gelijk, en de oplossingen die wij
bedenken om greep te krijgen wat gebeurt. Maar het lijkt erop dat elke
oplossing die wij bedénken, vroeg of laat de geboorte is van onvermoede
nieuwe problemen. De dijken waarmee we de rivieren eeuwen lang succesvol indamden,
ruilen we nu toch maar liever in voor het geven van de ruimte aan het wassende
water.
Al die crises zijn echter symptomen van veel dieper liggende
en fundamenteler bewegingen. In ál wat leeft spelen cyclische processen. Ochtend, middag, avond, nacht, ochtend,
… lente, zomer, herfst, winter, … nieuw leven, ontwikkeling tot volwassen
levensvorm, veroudering, sterven … Het eind van ‘iets’ dat we beleven, is het
beleven van de herfst of misschien wel winterfase van de cyclus van de tijd
waarin we leven. We vergeten dat in dat ‘einde van iets’ tegelijk het ‘begin
van iets’ ligt besloten.
Voor dat nieuwe ‘iets’ hoeven niks te doen, dat ‘iets’ is er
gewoon. Alleen door alles wat we bedénken aan nieuwe technologie en innovatieve
oplossingen, vertroebelt het zicht op dat nieuwe ‘iets’.
Gelukkig verschijnt dat nieuwe 'iets' vanzelf. Dat
verschijnen is niet tegen te houden of te stoppen. Zoals geen van de
levenscycli te stoppen, noch te versnellen is. Wat wij mensen onszelf in onze
hoogmoed ook toedichten, die cycli verlopen helemaal vanzelf. Wij ménsen veranderen de wereld – het is het leven zélf dat voortdurend en
altijd in verandering is en blijft. Wat wij moeten doen, is leren om op dat wat
gebeurt aan te sluiten. Wij moeten leren om ons te verbinden met het nieuwe begin van ‘iets’.
Elke dag weer.
Elke dag weer.
Wat wij mensen hebben bedácht kent, net als het proces van
de natuur, verschillende cycli. Een aantal zaken houden op zeker moment op
functioneel te zijn, ze zijn uitgewerkt. Er zijn dingen waarmee we moeten
leren ophouden ze te doen. Fundamenteel is dat we moeten ophouden met het zo gefocust zijn op het claimen van onze rechten; bijvoorbeeld elke nieuwe medische technologie betekent nu automatisch dat we recht
hebben op de mogelijkheden ervan. We claimen ons recht op elke nieuwe medische
mogelijkheid. We claimen ons suf.
Meer algemeen moeten we ophouden met réchten als
uitgangspunt te nemen. We moeten beginnen met verantwoordelijkheid als
uitgangspunt te nemen. Als wij leren werkelijk onze verantwoordelijkheden te
nemen, dan is het niet meer nodig aanspraak te hóeven doen op rechten. Kinderen
zouden geen recht op eten en drinken nodig moeten hoeven hebben - wij zijn er
immers verantwóórdelijk voor dat zij geen honger hebben. Kinderen zouden geen recht op opvoeding, vorming en scholing nodig moeten hoeven hebben, het is onze
verantwóórdelijkheid dat wij hen de juiste aandacht en zorg geven.
Kinderen zouden geen recht op leven nodig moeten hoeven hebben, wij zijn er
immers voor verantwóórdelijk dat zij kunnen leven.
Het gaat niet om het beschermen van rechten van onze kinderen.
Het gaat erom dat wij onze verantwoordelijkheden nemen!
Het gaat niet om het beschermen van rechten van onze kinderen.
Het gaat erom dat wij onze verantwoordelijkheden nemen!
We hebben dringend behoefte aan een nieuw verhaal dat ons
richting geeft. Onderdeel van dat nieuwe verhaal is dat we ophouden voor dat
nieuwe verhaal verwachtingsvol te kijken naar leiders, politici, wetenschappers,
deskundigen, specialisten, ondernemers, totdat zíj ons vertellen wat ons nieuwe
verhaal is.
Wijzelf zijn die leiders, politici, wetenschappers, deskundigen, specialisten, ondernemers. Het nieuwe verhaal is het verhaal dat wij zélf schrijven – het is ónze verantwoordelijkheid ons eigen verhaal te schrijven. Wij geven betekenis aan al wat gebeurt – het is aan ons verantwoordelijkheid te nemen voor de betekenissen die wijzelf hebben gegeven.
Wijzelf zijn die leiders, politici, wetenschappers, deskundigen, specialisten, ondernemers. Het nieuwe verhaal is het verhaal dat wij zélf schrijven – het is ónze verantwoordelijkheid ons eigen verhaal te schrijven. Wij geven betekenis aan al wat gebeurt – het is aan ons verantwoordelijkheid te nemen voor de betekenissen die wijzelf hebben gegeven.
Ik wens dat wij – of dan toch: meer mensen dan nu al – in
2014 in saamhorigheid onze moed mobiliseren. Het vraagt moed om ’s ochtends
weer aan de dag te beginnen om je best te doen er het beste van te maken –
ondanks de mislukkingen van gisteren. Het vraagt moed om te stoppen met de dingen
waarvan we wéten dat we ermee moeten stoppen. Het vraagt moed om te erkennen
dat we bepaalde dingen niet moeten doen, of in ieder geval niet zó. Het vraagt
moed om te beginnen met nieuwe dingen, terwijl we nog niet weten hoe het uit
zal pakken. Het vraagt moed om ondanks teleurstellingen en kwetsuren toch ons
hart open te houden en de hand te blijven reiken naar de ander.
We kunnen van Mandela een heilige maken. Als we van hem een
heilige maken, verklaren we hem als boven ons mensen, en daarmee onnavolgbaar. Door
van Mandela een heilige te maken, creëren we het excuus hem in ons streven niet
na te hoeven volgen. Ik wens dat we de moed hebben om Mandela te zien als een
mens zoals wijzelf. Mandela is voor mij een inspiratiebron om door te gaan en
vol te houden, elke dag weer. Met wat Mandela heeft gedaan en bereikt is hij
voor mij het levende bewijs, dat het kán! Mandela heeft ons een glimp laten zien van een nieuw begin
van ‘iets’.
Wat maak jij van dat ‘iets’?