maandag 21 januari 2013

Op andere gedachten komen



Dit is het laatste blog dat ik over taboes en onzin schrijf. Deze laatste keer schrijf ik over taboes als het publiekelijk kenbaar maken, dat je je vergist hebt, het op andere gedachten komen, en dáárom andere dingen gaan doen. Onderliggende taboes betreffen het niet weten en het taboe van vergissen, vaak doorspekt met het taboe van falen, of erger: mislukken. Al die dingen mogen niet. En natuurlijk mogen erkennen, bekennen en rekenschap geven al helemaal niet, zeker niet als je een leider bent. Mooie illustraties van (een complexe mixture van) deze taboes vind je in de politiek (daar wordt ‘op andere gedachten komen’, ‘zwalken’ of ‘draaien’ genoemd en is per definitie ‘onbetrouwbaar’), in de financiële wereld (lees de columns van Joris Luyendijk over de Londense financiële scene), de woningbouw-coöperaties, de vastgoedsector, defensie, de rechterlijke macht, de journalistiek, de kerk (alhoewel daar een taboe-doorbrekend “Wir haben es nicht gewusst” klonk uit de mond van Simonis, maar zijn hypocrisie was zo grotesk dat het weer niet echt taboe-doorbrekend was), de Raden van Bestuur van zorginstellingen en bedrijven en energieleveranciers, de gedrogeerde fietsbende (waar een taboe omerta wordt genoemd), de fantasierijke wetenschappers, en, …, …
Tja, waar gelden deze taboes niet?

Uitgerekend een persoonlijk inzicht – in drie stappen kwam ik daartoe – doet mij besluiten om het taboe in ieder geval zelf te doorbreken. Ik leg uit hoe ik mij vergist heb. Mij daarvan rekenschap gevend, kwam ik op nieuwe gedachten. In dit blog laat ik je weten wat ik daarom anders ga doen.

Het is nu echt tot mij doorgedrongen: schrijven of roepen over taboes en onzin werkt niet! Hoe scherp columnisten of cabaratiers of journalisten ook taboes en onzin aan de orde stellen: het maakt allemaal geen drol uit. Mensen blijven doen wat ze doen, en andere de mensen blijven zich er vrijblijvend boos over maken. “Goh, wat nam Youp ze weer raak op de hak!”, “Wat was Mischa toch wel weer erg scherp!” “Goed dat het gezegd is, dan hoeven wij het zelf niet te doen, en maandag gaan we weer in mallemolen aan het werk, en maken we ons daar verder boos over wat er allemaal mis is.”
Nu ja, het werkt niet – en al zeker niet op het niveau waarop ik schrijf en roep.
Da’s stap één.

Op de één of andere manier drong eerst recent écht tot me door dat alles – álles – dat aandacht krijgt, groeit! Ik heb even over het hoofd gezien, dat alle aandacht die ik geef aan taboes en lelijke onzin, natuurlijk ook ‘voedende’ waarde heeft . Wellicht niet direct meetbaar, maar onweerlegbaar volgens mijn eigen logica, draag ik, door er over te schrijven en me er anderszins mee bezig te houden, dus juist bij aan het ‘groeien’ van taboes en onzin.
Da’s stap twee.

De derde stap in mijn denkproces is van pijnlijk persoonlijke aard. Over heel veel dingen waarvan ik vind dat dat niet kan, dat het niet zou mogen maggen, dat het niet rechtvaardig is, of laf, of anderszins niet deugt, ben ik heel erg boos en verontwaardigd. De slotregel “Créer c'est résister. Résister c'est créer”, waarmee Stéphane Hessel zijn  essay “Indignez-vous!” afsluit, is geheel en al aan mij besteedt. Wat ik mensen elkaar heb zien aandoen in gemeentes en directoraten van ministeries, binnen politie en defensie, in grote op winst gerichte bedrijven en in kleine door hoogstaande idealen geinspireerde bedrijven, in vluchtelingenkampen in Bosnië en binnen de NGO’s die eromheen cirkelden, of wat mijn vader mij aandeed, en ik hem … Zoveel boosheid! Die boosheid op zichzelf lijkt me gerechtvaardigd, en het lijkt me zelfs gek om over zulke dingen niet de boosheid te voelen. Ik wil ‘em niet kwijt, die boosheid. Maar wat ik niet meer wil, is dat die boosheid mijn denken en daardoor mijn emoties en daardoor mijn gevoelens zó bepaalt! Mijn boosheid mag dan als een bougie-vonk de impuls zijn om verontwaardiging te voelen. Maar vanwege de eerste twee ingrediënten weet ik nu dat het marineren van mijn denken en doen in die emotie niet zo slim, want contraproductief is.

Daarom wil ik het anders doen. Ik blijf alle lelijke, onjuiste en hypocriete onzin zien. Daardoor zal ik zal de boosheid erover blijven voelen als de hete emotie-erupties in mijn lijf. Ik zie nu eenmaal wat ik zie, en wegkijken ligt nu eenmaal niet in mijn (in die zin) ongemakkelijke aard. Maar wat ik anders kan doen, is het oefenen van het richten van mijn aandacht. Ik ga oefenen met het mij richten op de dingen die wél werken. Op de gedurfde, creatieve, slimme dingen die mensen verder brengen. Ik oefen met het richten van mijn aandacht op de dingen die leuk, goed en mooi zijn.

Alles dat aandacht krijgt, groeit. Ik ga leuke, goede en mooie dingen laten groeien.