De betekenis van ‘kwaliteit’ heeft aan
kwaliteit verloren. ‘Kwaliteit’ is in het gebruik van het woord steeds leger
geworden. ‘Kwaliteit’ als aanprijzend etiket roept niet een eenduidige
betekenis op, maar een kakofonie aan betekenismogelijkheden. Is dat erg? Het is
erg voor mensen die teleurgesteld worden in hun verwachtingen, die door het
etiket ‘kwaliteit’ gewekt werden. Het is erg voor de mensen die niet meer
geloofd worden door die teleurgestelden voor wat betreft de beloftes zij doen
met hún etiket ‘kwaliteit’. Bij elkaar genomen is het erg, omdat het
betekenisloos worden van ‘kwaliteit’ wantrouwen en scepsis veroorzaken.
Wantrouwen en scepsis beschadigen uiteindelijk sociale verbindingen in
gemeenschappen.
Hoe komt dat nou, dat ‘kwaliteit’ zo
weinig kwaliteit overhield?
Met ‘kwaliteit’ trachten mensen
bepaalde waarden, normen, eigenschappen of standaarden aan te geven. Het etiket
wordt op van alles en nog wat geplakt: op producten, op werkprocessen, op
individuele mensen en op groepen mensen, op diensten die mensen verrichten en
op de manier waarop mensen spreken of juist luisteren. Lucht en water krijgen
het etiket opgeplakt, evenals ideeën en idealen. Mensen meten met ‘kwaliteit’:
iets heeft meer of minder kwaliteit, of iets is hoogwaardig van kwaliteit
hetgeen gewaardeerd wordt boven iets dat niet hoogwaardig van kwaliteit is. Mensen
zijn heel erg gericht op ‘kwaliteit’: wat mensen doen of willen hebben, dat is
liefst van hoogwaardigde kwaliteit of toch tenminste gekwalificeerd kunnen
worden als ‘kwaliteit’. Ondertussen letten mensen niet op de wijze waarop of de
reden waartoe bepaalde ‘kwaliteit’geleverd wordt. Tenslotte kan ‘kwaliteit’ een
op zichzelf staande entiteit zijn. ‘Kwaliteitje, mevrouw!’ Je hoort het de
marktkoopman zeggen.
Al deze fenomenen door elkaar geklutst,
bewust en onbewust, veroorzaken het tot een bijna volkomen betekenisloos worden van ‘kwaliteit’. En zoals ik
bovenstaand betoog: ja, dat is erg! Mede door het onbesuisde gebruik van het
loze ‘kwaliteit’ voor alles en niets, met de klemmende werking van de blauwdruk tot en met de
vergiftigende vrijblijvendheid van het betekenisloze, is de gemeenschap van de
westerse wereld zo diep in het wantrouwen en de angst geschoten. Is het een
banken- of financiële crisis? Is het een monetaire of een economische crisis?
Is het een politieke of sociale crisis? Wat voor type crisis het ook is, alle
processen worden gemeenschappelijk gekenmerkt door een diepe hunkering naar
nieuwe zekerheden van ‘kwaliteit’ en een steeds grotende boosheid en angst
vanwege het gebrek eraan. Het opnieuw betekenis geven aan ‘kwaliteit’ zou wel
eens een belangrijke bijdrage kunnen zijn aan het leggen van het fundament
onder de nieuwe orde – wanneer de huidige door de crises uiteindelijk geklapt
is.
Wat is nodig om ‘kwaliteit’ weer inhoud
van betekenis te geven? Wat kunnen we doen om mensen elkaar te laten begrijpen
wanneer zij het over ‘kwaliteit’ hebben?
Veel wordt gewonnen met zorgvuldig en
bewust gebruik van taal. Als je het hebt over eigenschappen van dingen, mensen
of abstracties als relaties, processen of ideeën, gebruik dan het woord
eigenschappen. Als je het hebt over het meer of minder stevig zijn van een
product, heb het dan over het meer of minder stevig zijn, en noem waaraan je
relateert: meer of minder stevig dan … Als je spreekt over bepaalde talenten of
vaardigheden van mensen, gebruik dan de woorden talenten en vaardigheden,
liefst met voorbeelden van handelen, waarin zich die talenten en vaardigheden concreet
en waarneembaar manifesteren.
Daarnaast is winst te behalen wanneer
mensen de reden waartoe en de wijze waarop ‘kwaliteit’ voortgebracht
voortdurend en kritisch onderzoeken en toetsen. ProRail zou er veel voor over
hebben om de treinen zo punctueel te laten rijden als, zeg, zo’n 70 jaar
geleden in een groot gedeelte van West Europa. Toch zal menigeen op z’n kop
krabben wanneer iemand de dienstregeling van Eichmann c.s. als door ProRail na
te streven voorbeeld van logistieke ‘kwaliteit’ noemt. Het is echt belangrijk
om voortdurend te vragen waartoe een product of dienst voortgebracht wordt. En
het is net zo belangrijk om in samenhang met die vraag, te onderzoeken op welke
wijze het product of een dienst tot stand komt. Prachtige iPads, maar worden
die Chinese werknemers nu mensonterend uitgebuit, of zorgt Apple toch wel
netjes voor die mensen? Die ingewikkelde financiële constructies: zijn die
bedoeld om mensen een fatsoenlijk onderdak te bieden en een comfortabel leven?
Of moesten ze verhullen dat we op grote schaal aan het potverteren waren en
tegelijk mensen verleiden er gebruik van te maken, opdat de aandeelhouders van
de banken hun portefeuilles ‘kwalitatief hoogwaardig’ konden blijven noemen?
Een derde perspectief vergt een
herbezinning op onze gerichtheden. Veelal hebben mensen niet in de gaten dat
zij zich met hun aandacht en energie richten op wat ik noem afgeleides. Mensen
richten zich in hun relaties op geluk en liefde en vriendschap. Mensen richten
zich in de bedrijven waar zij werken op winst en succes en promotiekansen en
oplossingen. Mensen richten zich in de politiek op het behoud van electoraat en
het hebben van macht. Al deze fenomenen zijn goed beschouwd afgeleiden. Het
zijn afgeleiden van hetgeen we moeten doen, om die afgeleiden de mógelijkheid te
geven zich te manifesteren. Je hebt nooit garantie op geluk, succes, macht of
vriendschap.
Een paar voorbeelden. Als je je
zorgzaam bekommert om je vriend en er voor hem bent als hij je nodig heeft, en
hem mild maar eerlijk corrigeert wanneer hij een rare streek uithaalde, dan kán
van dat alles het gevolg zijn dat zoiets als vriendschap ontstaat en er is.
Richt je je daarentegen slechts en alleen op het verkrijgen van vriendschap van
de ander, dan is de kans groot dat die ander zich vroeg of laat vermoeid van je
afkeerd, met het gevoel dat je hem hebt gebruikt. Als je in je bedrijf er voor
zorgt dat mensen prettig en gezond kunnen werken, dat je hen scholing en
ondersteuning biedt waar zij die nodig hebben, dat je de machines onderhoudt en
de gebouwen schoon maakt, en je betaalt je mensen zodanig dat zij hun gezinnen
fatsoenlijk kunnen onderhouden en hun kinderen naar school kunnen laten gaan,
dan kán het haast niet anders of je mensen leveren de beste producten of
diensten af, die zij kunnen leveren. Als je je dan ook nog eens zorgvuldig
verdiept in wat je klanten werkelijk nodig hebben en wanneer, dan kán het haast
niet anders of je bedrijf maakt een fatsoenlijke winst waarmee het morgen ook
nog succesvol kan doen wat het vandaag doet. Is het nodig om voor de politici
of de bankmensen of de olieboeren of de makelaars of de onderwijzers
voorbeelden te noemen, voor wat betreft hun gerichtheden?