zondag 23 februari 2014

WhatsApp en Waarde(n)bepaling

De verkoop van WhatsApp aan Facebook veroorzaakt veel tumult. Economisch georiënteerden breken het hoofd over de vraag hoe je het voor elkaar krijgt om een 55 man sterk en overigens voornamelijk virtueel bedrijf voor 13,8 miljard euro te verkopen, en over de vraag hoe Facebook dit bedrag gaat terug verdienen. Voor- en tegenstanders van WhatApp en Facebook, en het gemiddelde journaille, maken zich en masse druk over de risico's van schending van de individuele privacyVoor- en tegenstanders van het al dan niet vrijwillig ter beschikking stellen van private gegevens, zijn onder te brengen in de groepen “Ze mogen alles van mij weten, want ik heb niks te verbergen” en de groep die inmiddels welhaast paranoïde zoekt naar middelen en maatregels, om gegevens af te schermen. Waar het werkelijk om gaat, ontgaat beide groepen.

Want waar het wél om gaat is dit: élke macht van enige omvang is slechts en alleen geïnteresseerd in de materiële waarde die jij (potentieel) vertegenwoordigt. Jouw arbeidskracht, denkkracht, verdienvermogen en voortplantingsvermogen, dat valt allemaal binnen het domein van materiële waarde. Bij elkaar opgeteld vertegenwoordigen je vermogens een economische (materiële) waarde. Deze materiële waarde moet beheerst, gestuurd, gemanaged, gecontroleerd worden. Dát is waar het om gaat, zowel eeuwen geleden als vandaag de dag.

Daarom ook wil elke macht maar al te graag weten welke ideeën er in jouw hoofd spelen, en ook welk macht jij hebt iets met die ideeën te doen. Als “ze” ontdekken, dat jij weinig materiële waarde vertegenwoordigt, en/of “ze” vinden uit dat jij er geen bedreigende (‘ketterse’) ideeën op na houdt en/of het ontbreekt jou aan (sociale) invloed (macht) om iets met je ideeën te doen, dan laten “ze” met rust. “Ze” willen namelijk zoveel als mogelijk controle over die vermogens en liefst tenminste invloed kunnen uitoefenen over het vruchtgebruik ervan. Bedreiging van hun beheersing en zeggenschap over het vruchtgebruik, willen “ze” in een zo vroeg mogelijk stadium detecteren, onder controle brengen en waar mogelijk elimineren.

In variatie geldt ongeveer hetzelfde voor commerciële machten: als blijkt (uit bijvoorbeeld marktonderzoek, of data-research) dat jij geen kooplustige ideeën koestert, en/of je ontbeert de macht (het geld) iets met je (kooplustige) ideeën te doen, dan laten die commerciële machten (bedrijven) je links liggen.

In alle andere gevallen trek je vroeg of laat de aandacht van “hen”, en die geven “ze” je dan ook. “Ze” zijn nieuwsgierige overheden, en bedrijven die je iets proberen te verkopen. Ik twijfel of ik moderne kerken ook onder die machten moet scharen, maar ik denk dat deze instituten nog niet zo lang geleden zeker ook gerekend konden worden tot “hen”. De vergelijking gaat in ieder geval wel op. Ook de vergelijking met het openbaren van de aandacht van de macht kent overeenkomsten. De ‘inquisitie’ van de kerk lijkt niet meer zo actief, en die van westerse overheden is in de eeuwen een stuk subtieler geworden en het geweld veel minder publiek.


Meer dan over het wel of niet ter beschikking stellen van je private gegevens, of juist het beschermen daarvan, zou je moeten nadenken over de idee van de waarde die “ze” aan jou toekennen, en de waarde die jijzelf wilt vertegenwoordigen. 
De manier waarop we waarde van mensen bepalen, geeft aan welke waarden we belangrijk vinden. Discussie dáárover is dieper dan de discussie over onze privacy.

Iemand als Edward Snowden heeft mogelijk deze dimensie van de omgang met individuele gegevens en het wezenlijke motief dat daaraan ten grondslag ligt, ook nog niet gezien. Maar tenminste intuïtief voelde hij aan, en steeds meer mensen met hem, dat het om iets heel fundamenteels gaat. Fundamenteel gaat het om waarden en mensbeelden, die we hanteren. Dat fundament sneeuwt onder als we de juiste vragen niet - en telkens weer - aan de orde stellen. 

Vanuit welk mensbeeld wil jij dat “zij” jou beschouwen en bejegenen? In welke mate wil je beïnvloed en gecontroleerd (kunnen) worden? In welke mate wil jijzelf de waarde bepalen, die je vertegenwoordigt als mens, als productiefactor, als verdienmogelijkheid?
Welke waarde ken jij jouzelf toe? 

En jij, als je behoort tot de mensen die samen een amorf “zij” vormen: in welke mate stuur, beheers, manage, controleer jij individuen? Op welke waarde richt jij je? Welke waarde ken jij een individuele mens toe? Hoeveel invloed oefen jij op het “zij” waar je deel van uitmaakt uit, om de waarde die “zij” toekennen aan mensen te bepalen? Aan welke waarden houd jij vast? 
Welke waarde ken jij mensen toe?

Dit zijn vragen die het fundament zouden moeten zijn van élk maatschappelijk debat:
Welke waarde kennen wij elkaar toe?

woensdag 8 januari 2014

Wat zijn we aan het doen?

In een LinkedIn-groep valt mijn oog op de vraag:
Ken je jouw talent?
Het Carrière Coach Café: een inspirerende avond waarin je op zoek gaat naar jouw speciale talent en hoe je dat talent kunt inzetten.

Annelies reageert als eerste:
Hallo Ineke, ik was verrast door je vraag. Ik heb namelijk het idee dat de mensen zo langzamerhand allemaal wel weten wat hun talent is. Heb jij die ervaring niet? Mij valt op dat mensen tegenwoordig veeleer geïntrigeerd raken door de vraag "Wat is jouw bijdrage?" Sterker nog: dat ze hunkeren naar het antwoord. Hoe is dat in jouw ervaring? Groet en een mooi begin van het nieuwe jaar, Annelies

Dan schrijft Marij:
De snelste manier om authentieke expressie te geven aan je mens zijn, is dat te doen waar je je werkelijk gelukkig bij voelt. Dan immers zul je het meest in lijn zijn met je zeer persoonlijke waarheid. Dat lijkt voor sommigen te passen bij "ik" eerst. Integendeel. Juist door te volgen hoe je je voelt, toon je zelf-liefde en daarmee groeit ook het gevoel van verbondenheid met alle anderen. Een van de vragen die in "carrière coach café" blijkbaar gesteld worden (vlgs de site) is "wat maakt je gelukkig". Reflecteren en voelen over die vraag kan een mooi begin zijn om dat "talent" vorm te (gaan) geven waarmee je niet alleen jezelf "dient", maar juist op de bij jou passende, unieke, wijze bijdraagt aan het geheel. Mensen hunkeren naar authentieke zelf-expressie. En dat vraagt te voelen wat ons gelukkig maakt. Dan zullen we van-Zelf bijdragen aan de samenleving, aan het geheel. Met je eigen, unieke, talent(en). Marij

Ineke bedankt voor de reacties:
Hallo Annelies, in de coach cafe's die we houden blijkt iedere keer weer dat mensen niet echt weten wat hun talent is. Eigenlijk geldt voor alle deelnemers dat ze naar huis gaan met een 'nieuw' talent waar ze mee verder kunnen. 
Wellicht kom jij vooral mensen tegen die een andere zoektocht doormaken? 
Voor jou ook alle goeds in 2014. En bedankt voor je bijdrage.
Beste Marij, jij ook: dank voor je aanvulling. Ineke

Dan schrijf ik mijn hartekreet:
Mij valt op dat mensen niet enkel meer hunkeren naar authentieke zelf-expressie, gelukkig worden en meer van zulks. Heel mensen ríchten zich met alles wat zij hebben op het zo authentiek als mogelijk uitdrukking te geven aan dat zelf van hen. Tegelijk hebben steeds meer mensen steeds verwarrender en onbegrensder ideeën over wat dan (hun) authenticiteit is, wat (hun) zelf is. En steeds meer mensen (professionals) hebben daar iets over te zeggen of te schrijven. 



Gelukkig worden is niet enkel meer een hunkering, maar inmiddels welhaast benoemd tot levensopgave. Dergelijke processen (authentiek expressie geven aan je zelf, en gelukkig worden als opgave) worden op steeds vroegere leeftijd in gang gezet (zie fenomenen als Expeditie Geluk.) 



Het is alsof mensen ertoe worden aangezet hun talenten eruit te pérsen. We willen het gras laten groeien door eraan te trekken. Professionals (coaches, trainers, therapeuten, docenten, ouders, hulpverleners, en wie niet) trekken, peuteren, duwen en persen. Onbewust en met de beste bedoelingen vermommen we dat als: leren dat mensen zelf leren trekken (persen, duwen, etc.), opdat mensen uiteindelijk - als een Baron von Münchhausen - in staat zullen zijn zelf hun talenten uit zichzelf te trekken, duwen of persen - als "het" er maar uit komt. 



Een kastanje wordt heus een kastanje, als die maar genoeg water, lucht, licht, ruimte, tijd en voeding krijgt. Als dat allemaal voor elkaar is drukt die kastanje helemaal als vanzelf zijn authentieke zelf uit, en wordt die kastanje uiteindelijk een grote gelukkige kastanjeboom. 



Wat we nu doen is schaven en schuren aan die kastanje. We maken de kastanje duidelijk  ("laten ontdekken") dat zijn talent is: kastanjeboom te zijn. We houden de kastanje (coachend) voor dat talent te volgen, opdat hij toch een zo gelukkig als mogelijke kastanjeboom wordt. Wel vertellen we erbij dat zijn vruchten beter wat eikelige kwaliteiten hebben, want dat past beter in een omgeving van verder allemaal eikels. 



Wat is er mis mee om jonge mensen de (ouderwetse?) kwaliteiten mee te geven van van consistent en gedisciplineerd werken? Wat is mis mee om jonge mensen te leren de onprettige kanten van de dagelijkse werkelijkheid incasseren en te leren er een fatsoenlijke omgang mee vinden? Wat is er mis mee om jonge mensen te leren dat zeuren niet helpt en aanpakken soms wel. Wat is er mis mee jonge mensen te leren dat er (sociale, mentale, financiële, technologische, etc.) grenzen zijn? Wat is er mis mee om jonge mensen te leren grenzen te ontdekken, te zetten, te verplaatsen, te respecteren, te negeren, etc.? 


(Volwassen mensen zijn vervormd gegroeide bomen, die zijn zoals ze zijn. Maar het zou aardig zijn als die volwassen bomen ophouden met het vormen van (jonge) bomen naar hun eigen vervormde verschijningen.) 



Wat is er mis mee om een ordentelijke "ecologie" te verzorgen? Wat is er mis ervoor te zorgen dat een kastanje genoeg water, lucht, licht, ruimte, tijd en voeding krijgt? Wat is er mis mee om te stoppen met het zo druk bezig te zijn met die kastanje, terwijl we vergéten te zorgen voor genoeg water, lucht, licht, ruimte tijd en voeding? Waarom houden we niet op met het  die kastanje leren zo druk bezig te zoeken naar het talent van een kastanje? Waarom laten we die kastanje dat niet gewoon ontdekken?

Wat is er mis mee mensen te helpen de slag te gaan, vóórdat zij naar huis gaan (i.p.v. hen naar juis te laten gaan met een (in het coach-café gevonden) nieuw talent waarmee “zij verder kunnen”). Help mensen aan de slag te komen, zodat zij al doende (al doende!) ontdekken zij wat hun talent is, en wat niet (i.p.v. niet-doende maar blijven zeuren over wat hun talent nu eigenlijk is of zou moeten zijn, or whatever. 



Wat zijn we met z'n allen toch aan het doen?

Ineke bedankt mij voor mijn “mooie reactie” en zegt:
Soms is het inderdaad beter om pas op de plaats te maken. Maar soms is het ook nodig om in beweging te komen. Het Carrière Coach Café is er niet voor iedereen. Maar wel voor diegenen die (weer) willen leren bloeien. 
Vandaar dat ik iedereen uitnodig: wie de schoen past trekke hem aan. Ineke

Tjonge. Laten we degene die weer wil leren bloeien vooral gaan helpen. Laten we de kastanje vooral weer leren een kastanjeboom te worden. Laten we hem vooral coachen bij het weer leren bloeien (maar alleen als die dat zelf wil ...).

Wat is dat toch voor raar idee dat de ander onze hulp nodig heeft om te leren bloeien?

Help ervoor te zorgen dat groeien en bloeien niet gehinderd wordt.
Help hindernissen op te ruimen, of te nemen.
Zorg ervoor dat er gegroeid en gebloeid kán worden.
Zorg voor water, lucht, licht, ruimte, tijd en voeding.
Blijf er verder met je "professionele", helpgeile tengels af!