Zijn romans, zoals Elementaire deeltjes, Platform en De kaart en het gebied zijn bij verschijnen schockerende gebeurtenissen. En ook onlangs weer. Houellebecq’s nieuwst boek Onderworpen (‘Soumission’) speelt zich af in het Frankrijk van 2022, waar de Moslimbroederschap de verkiezingen wint en het land Islamitisch maakt. Het boek vertelt ons hoe profijtelijk het is om je tot de islam te bekeren in een gelijkgeschakelde samenleving. Of dat goed is of niet, mag de lezer van Houellebecq zelf uitmaken. Onderworpen is een meesterlijke satire, consequent tot het bittere einde; het is grappig en geestrijk, en geschreven met het onaangedane gezicht van de droogkomiek. Houellebecq is de John Cleese van de literatuur.
Toch is de al dan niet aanwezige Islamkritiek – die publiekelijk zorgde voor veel controverse - niét de kern van de roman. Die gaat wezenlijk om de vraag hoe het gat in de Westerse cultuur te vullen na de dood van God. De beroemde journalist H.L. Mencken heeft eens geschreven: ‘De aansporing om de mensheid te redden, is meestal niets anders dan een façade om een oude regel te handhaven’. De aanslag op de redactielokalen van Charlie Hebdo is hier een onaangename illustratie in absurdum van. Net zoals het ‘minder, minder, minder’ van Wilders cs. dat was.
Je kunt beter gevreesd zijn dan geliefd. Als beide tegelijk onmogelijk zijn – Machiavelli zei het vijf honderd jaar geleden al – dan maar beter het eerste. Het is het geheim van botsende wereldbeelden samengevat in zeven woorden, het eenvoudigste en meest geniale recept voor profeten die de hoop hebben zich staande te houden door angst te scheppen – en het maakt niet uit of het Mohammed is, of Geert Wilders.
Kierkegaard zei het al: angst is de duizeligheid van de vrijheid.
Angst is de emotie die ons de absolute vrijheid laat zien, daarom is hij zo beklemmend. Wanneer angst optreedt, word je geconfronteerd met iets buiten jezelf. Je merkt dat de wereld groter is, dat de mogelijkheden oneindig zijn. We kunnen niet goed omgaan met vrijheid. En om die vrijheid te structureren, hebben we wetenschap en religie uitgevonden. En we hebben columns, cartoons en kunst uitgevonden om dat tot op grote hoogte te relativeren en te bevragen.
Het antwoord op de islam is een politieke keuze, die per se tot verdeeldheid leidt. Enerzijds is er de lofzang op de liberale democratie, die vaak zo gemakzuchtig wordt afgedaan als leeg, plat en materialistisch. De kracht van die liberale democratie is juist dat ogenschijnlijk lege hart. De samenleving legt het individu zo min mogelijk op. Dat kan allicht ontaarden in wat zo fraai is getypeerd als het ‘Dikke ik’. Mijn eigen ‘Dikke ik’ werd begin jaren tachtig opgeschrikt door de Amerikaanse historicus Christopher Lasch, die in zijn bestseller The Culture of Narcissism beschreef hoe onze Westerse cultuur stukloopt op egocentrisme en het najagen van individueel geluk.
Anderzijds staat die liberale democratie onder druk omdat mensen het lege hart willen vullen met iets sterkers, iets waar meer smaak aanzit, houvast, waaraan zij identiteit kunnen ontlenen. Dat kan islam zijn, of nationalisme, Wall Street of een lange mars.
Houellebecq laat zien dat mensen moeilijk, en zeker steeds moeilijker, kunnen leven met wat zij beschouwen als de spirituele leegte van de Westerse samenleving.
Er lijkt een wonder nodig om die leegte zinvol te maken, of als zodanig te laten beleven. Zodanig dat in het wezen van die leegte een kracht ligt die ruimte laat voor een volledig leven, waarin men verbonden kan zijn naar eigen richting. Voorbij het dikke ik.
De vooruitgang in de moderne tijd wordt vooral gezocht in de enorme verhoging van het levenspeil die dankzij de liberale democratie en de industrialisering in de 19e eeuw begon. De modale moderne mens leeft op een consumptieniveau dat vroeger alleen voor aristocraten haalbaar was. Al het goede en het kwade van de moderne wereld vinden, volgens de Spaanse filosoof José Ortega y Gasset in zijn De opstand van de massamens (1930), hun oorsprong en oorzaak in deze algehele verhoging van het levenspeil. Het goede ziet hij in een fenomenale groei van levenskracht en levensmogelijkheden. Het kwade bestaat er volgens hem uit dat de massamens niet beseft waaraan hij zijn enorm gegroeide welvaart te danken heeft. De massamens ervaart zijn toestand als natuurlijk en vanzelfsprekend, als een gegeven waar hij recht op heeft in plaats van hem te zien als een situatie die ook plichten en verantwoordelijkheden met zich brengt. Het is als het ware verworden tot een broedplaats voor ‘Dikke ikken’. En onbevredigende leegte. Zonder verwondering.
Het is onversneden cultuurpessimisme, naast cultuurcritici als Nietzsche met zijn ‘laatste mens’ die alleen maar passief kan genieten en consumeren en Heidegger met zijn ‘men’ dat elke authenticiteit wegdrukt. Van de magisch-realisten (Marquez, Vargas Llosa, Cortázar) leerde ik de kracht van het magisch realisme.
"In extreme situaties, bij bezorgdheid, angst, liefde, dooft het licht van de ratio. Dan is alles mogelijk, dan kan elk wonder. En dat wonder is wat de eenzame, de laatste mens nodig heeft."
De wedergeboorte van zelfrespect zou zo’n wonder kunnen zijn.
Zelfrespect heeft niets te maken met de goedkeuring van anderen, reputatie, buitenkant, maar alles met zelfverzoening en de moed om je eigen fouten te dragen. Mensen met zelfrespect kennen de prijskaartjes van hun acties en accepteren die. Wie daarentegen zelfrespect ontbeert, gaat geloven in de projecties die anderen van hem maken, is aardig omdat hij aardig gevonden wil worden, speelt iedere rol die hem wordt aangereikt. Een gebrek aan zelfrespect leidt tot zelfvervreemding. En zonder zelfrespect is ieder ‘nee’ een aanleiding om te verdrinken in zelfverwijt. Onderworpen, zou ik zeggen.
Zelfrespect is daarmee niet de naam van de oplossing, het is de naam voor een aantal urgente problemen die de mensheid als geheel aangaan, zoals het milieu, de biotechnologie en de nieuwe apartheid (tussen mensen die erbij horen en de buitengeslotenen, vluchtelingen, illegalen, laagopgeleiden, ed.). Literatuur is er, net als de filosofie niet voor de oplossingen, maar voor het stellen van de vragen die er toe doen.
Humor en de satire, literatuur, de kunst, moeten de uitersten opzoeken (en soms mogelijk net daar over), maar niét dat het geweld dat doet. Terroristen zijn toch de gehandicapten van de humor en de waarachtigheid. Kalasjnikovs zijn de krukken waarop de mentale horrelvoet zich voortsleept. Geweld stopt gesprekken.
Wanneer ‘het gisteren’ in gesprek is met ‘het vandaag’, schep je een moment ‘buiten de tijd’, een eeuwigheidsogenblik. Dat nu, is precies wat goede humor of satire, wat elke grote kunst tot stand brengt. En juist dat gesprek is wat al die valse profeten en hun horigen uit de weg willen gaan. Elke dag weer. Een gesprek is afstand doen van stelligheid, en dat is angstig. Het is ook de poort die je door kunt naar nieuwe mogelijkheden. Weg van de leegte.
Angst is de deur die ons de vrijheid toont. Daar zullen we samen doorheen moeten. Al pratend.
Auteur: L.L. Stegman, columnist www.waardenwerk.net
Datum: 15 december, 2015
Geen opmerkingen:
Een reactie posten