vrijdag 27 april 2012

Het ritueel van de PvA's


Het maken van plannen van aanpak is een activiteit, waarvan ik mijn opdrachtgevers tracht af te houden. Tenminste, de opdrachtgevers onder hen die wérkelijk hun initiatieven tot werkelijkheid willen brengen. Laten inzien dat werken met plannen van aanpak niet zo zinvol is, is lastig. Het maken van plannen van aanpak is namelijk een diep ingesleten ritueel. Menig manager, adviseur en medewerker is volkomen overtuigd van de voorwaardelijke noodzaak van het maken van een plan van aanpak, alvorens ook maar iets te doen. “Wat we ook doen,  we moeten eerst een plan van aanpak hebben!”
Dit geloof aan het wankelen brengen, dat is geen eenvoudige zaak.



Wat is er dan mis aan het werken met plannen van aanpak?
·    Werken aan de totstandkoming van een plan van aanpak, verandert niets aan de zaak en situatie waaraan je wilt werken. Zo lang je schrijft aan en praat over het plan van aanpak, gebeurt er wezenlijk niet meer dan dat er geschreven en gepraat wordt aan dat plan van aanpak. Da’s ook belangrijk, zeker in het sociale. Echter de zaak zélf schiet er niets mee op.
·    Het ‘hebben’ van een plan van aanpak, zet vast. Het heeft de werking van: zó moet het en niet anders. Bijstellen van plannen van aanpak wekt wrevel en weerstand bij de mensen die juist blij zijn met het hébben van het plan van aanpak. Zij doen daar niet graag of makkelijk afstand van. Vasthouden aan het oorsponkelijke plan van aanpak, vasthouden aan de overtuiging dat het zó moet en niet anders, zijn de vormen van ‘vast’ die ik hier bedoel.
·    Mensen die volgens een plan van aanpak – dat niet door hen zelf tot stand is gekomen – moeten werken, vinden het niet zo fijn hun dingen te moeten doen volgens een aanpak die niet de hunne is. Mensen vinden het prima om te horen wát er van hen verwacht wordt, maar bepalen graag zelf hoe. Menig proces loopt daardoor stroever dan hoeft, of zelfs ‘vast’.
·    Een plan van aanpak wekt de suggestie dat er mensen zijn, die weten hoe het moet. De dagelijkse praktijk wijst uit, dat iedereen telkens wordt verrast door mislukkingen, meevallers, ontwikkelend inzicht en bewustzijn, et cetera. De suggestieve werking van weten hoe het moet, wekt verwachtingen die vanwege het telkens anders lopen van de dingen, verwarren en tot frustraties en scepsis leiden. Frustraties en scepsis helpen de verwezenlijking van de plannen niet.

Oké, geen plannen van aanpak dus. Maar: hoe dan wel?

Om te beginnen scheelt het heel veel gedoe en je bespaar je veel energie als je bovenstaand herkent en de effecten ervan erkent. Dat het telkens vastloopt herkent iedereen eigenlijk wel. Maar het gekke is, er maar heel weinig mensen daadwerkelijk conclusies verbinden aan dit herkennende inzicht. Erkennen is een stuk lastiger. We blíjven plannen van aanpak maken, in de meest ingenieuze vormen. Blijkbaar zijn we zó gehecht aan onze illusies (‘weten hoe het moet’, ‘het gaat volgens plan’, ‘mensen doen de dingen zoals anderen hen vertellen het te doen’), dat we telkens weer hetzelfde doen, en de frustraties en scepsis op de koop toenemen.

Het besluit om daadwerkelijk conclusies te trekken uit hetgeen we weten, is de eerste stap op weg naar het vinden van antwoorden op de vraag: hoe dan wél?   

to be continued – 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten