Afgaande op het aantal
bedrijven dat MVO-verslagen publiceert, zou je kunnen denken dat het goed
gesteld is met het maatschappelijk verantwoord ondernemen. Het wonderlijke is
dat in veel van diezelfde bedrijven een enkele staffunctionaris is aangesteld
als verantwoordelijke voor MVO-aangelegenheden, ressorterend onder een manager
van de afdeling communicatie of marketing, of een dergelijke stafafdeling.
Wat is daar wonderlijk aan?
De sturende top van een
bedrijf bepaalt de aard van het spel dat gespeeld wordt, de grenzen van het
speelveld en stelt vast welke spelregels gelden. Niet zelden is de top onbewust
van het volledig effect van dit bepalen van spel, speelveld en spelregels. Op
deze wijze is de eindverantwoordelijke top in elk bedrijf namelijk óók bepalend
voor de lengte van het ontwikkelingspad en breedte en diepte van de
ontwikkelruimte. De top die werkelijk doordrongen is van dit fenomeen,
neemt er ook werkelijk zélf en persoonlijk verantwoordelijkheid voor. In díe
bedrijven wordt de verantwoordelijkheid voor ontwikkeling
niet (deels) gedelegeerd aan stafdiensten als HR, of communicatie, of
marketing, maar persoonlijk door de leden van de directie of bestuur genomen en
gedragen.
MVO is bij uitstek een organisatie-ontwikkel-activiteit. Derhalve is MVO bij uitstek een verantwoordelijkheid,
die de top zélf dient te nemen – en niet mág delegeren aan een
staffunctionaris, of aan een schaamlap in de persoon van een de facto ongevaarlijke speler in de
directie of board. In alle bedrijven waar er iemand ‘ergens’ in de organisatie
is aangesteld om ‘iets’ te doen aan MVO kun je weten, dat het MVO-jaarverslag
een farce is, een modische vlag die geen maatschappelijk verantwoordelijk
ondernemen als lading dekt.
Bas Heijne [NRC/H 5 & 6
november 2011] schrijft er in zijn column “Doe wat!” dit over:
(..) “Het grootste probleem is de
annexatie van maatschappijkritiek door het bedrijfsleven. In de afgelopen jaren
toonden steeds meer bedrijven zich bewust van hun verantwoordelijkheid. Shell
ging met milieuorganisaties rond de tafel zitten. Ondernemingen committeerden
zich aan goede doelen. Op talloze bijeenkomsten moesten veelbelovende jongeren
zich tegenover CEO’s bewijzen – niet door hun vermogen om targets te halen,
maar door het belijden van hun maatschappelijke betrokkenheid. Je moest niet
laten zien dat je handig was in zaken, maar dat je waterputten wilde slaan in
Malawi.
Het leek voor alle partijen goed: idealisme in
praktijk gebracht, de bedrijven legitimeren zich in de samenleving. Maar
doordat het engagement onderdeel van het establishment werd, werd het ook
krachteloos, een vorm van lifestyle.” (..)
Voor veel bedrijven is MVO niet veel meer dan een min
of meer verplichte lifestyle.
Wil je weten hoe het er écht voorstaat met MVO binnen
een organisatie? Kijk wie zich persoonlijk verantwoordelijk weet en initiator
is voor de ontwikkelprocessen, die tezamen deel uitmaken van wat
maatschappelijk verantwoord ondernemen maakt of breekt.
Ontmoet je een enthousiaste staffunctionaris
(bijvoorbeeld een projectleider MVO of een dergelijke functietitel? Betreur die
persoon en lees het MVO-verslag met veel korrels zout. Zeer waarschijnlijk is
men in dat bedrijf “bezig” met minder e-mail uitprinten, dubbelzijdig kopiëren,
carpoolen, zelf bekers in vaatwassers zetten, de verwarming wat lager &
vaker een dikke trui aan, en deelname aan Alpe d’Hu6, het verkrijgen van een
MVO-keurmerk, en vooral: vele projectgroepvergaderingen erover.
Ontmoet je een directeur of een voorzitter van de raad
van bestuur, die zich persoonlijk inzet voor het ontdekken van wat MVO is,
behelst en vergt?
Dikke kans dat er in die organisatie serieus werk
wordt gemaakt van MVO.
Lees hún verslag met extra aandacht! In die
organisaties gebeuren mooie dingen!
PS. Gaarne word ik getipt over de laatste categorie organisaties en hun bestuurders.
Voor mijn onderzoek kom ik graag in contact met dergelijke witte raven.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten