donderdag 15 november 2012

To or around the point? That's the question


To the point zijn is sociaal erg wenselijk. Zolang het maar niet echt to the point is. Werkelijk to the point zijn, is voor menigeen te rauw. Trend is dat we – met de dingen die we tegen elkaar zeggen – steeds meer en beter moeten letten op timing, dosering, intensiteit, gevoeligheden. Woorden lijken meer en meer verpakkend te moeten zijn, en moeten juist niet al te precies vertellen waar het over gaat. Dus niet to maar juist around the point.


Taal in kranten en op het internet illustreert deze trend. Veel woorden worden meer en meer als symbolen gebruikt. Een woord is dan meer een 'beeld' dat de ‘lezer’ ruimte biedt om er zelf een betekenis aan te geven. Prachtige en creatieve afkortingen, zoals gebruikt in sms-berichten, bieden nóg meer ruimte. Echter: wéten dat je elkaar begrijpt, wordt meer en meer dénken (als in: vermoeden of hopen) dat je elkaar begrijpt.

Elk misverstand is het gevolg van het missen van elkaars point. Het is prachtig en vaak genoeg als mensen elkaar gevoelsmatig (denken te) begrijpen. Het blijkt niet genoeg en juist heel ververvelend, wanneer het om belangrijke zaken gaat, om points waarvan je echt wil dat de ander die begrijpt zoals jij die bedoelt. Op die momenten zou je willen dat er helemaal geen ruimte is om jouw woorden (en de betekenis die jij erin legt) op enig andere manier uit te leggen, dan dat jij bedoelt.

Jammer is dan dat veel mensen zo gewend en gehecht zijn geraakt aan de ruimte om zelf betekenissen te geven aan de woorden die zij horen of lezen. Veel mensen ervaren het als niet prettig als woorden hen dwingend en precies op een bepaalde betekenis wijzen, en hen geen ruimte laat om er zélf betekenis aan te geven. Schrijvers en sprekers, die tot in nuances precies zijn in het aangeven van hun bedoelingen door heel bewust en nauwkeurig hun woorden te kiezen, krijgen van de minder preciezen al gauw afkeurende predicaten toegekend als ‘zwaar op de hand’, of ‘mierenneuker’. Preciezen wordt verweten dat zij semantische strijd leveren, dat zij zaken op het spits (ook een point) drijven, en er (te) nadrukkelijk een point van maken. Dé manier om preciezen uit te schakelen is hen erop wijzen, dat de manier waarop zij dingen zeggen, of hun toon, of de timing of de intensiteit, of, of, of .. niet prettig is:“Je zet me klem!” Binnen de kortste keren gaat het dan niet meer over de inhoud, maar over gevoelens en emoties. Niet meer to the point, maar keurig around the point.

Naast het beklemmende effect is vervelend is dat the point vaak iets aanraakt, dat niet aangeraakt mag worden. ‘Verpakkingswoorden’ moeten de inhoud verzachten. Precieze woorden kunnen gevoelige plekken raken in de psyche van mensen. Dat mensen woorden letterlijk als steekwapens kunnen ervaren, hoor je in uitroepen als: “Wat je daar zegt, is als een mes in mijn hart.”, of “Wat je daar zegt, steekt mij.”

Vanwege de beklemmende werking of vanwege de psychisch ‘verwondende’ effecten, is te begrijpen dat het niet echt uitnodigend is werkelijk to the point te zijn. Daardoor oefenen minder en minder mensen in het werkelijk to a point komen. Meer en meer mensen oefenen zich daardoor – zij het onbewust en niet vooropgezet – in het zich around any point uit te drukken. Dat heeft gevolgen, waar niet veel mensen bij stil staan. Misverstanden nemen toe, frustratie over niet werkelijk begrepen te worden of over het niet goed kunnen uitdrukken neemt toe en daarmee de onderhuidse boosheid vanwege het onbegrip, respectievelijk het eigen onvermogen. Dat brengt mensen niet dichter bij elkaar.

Er ontstaat een paradox. We waarderen wel het to the point te zijn (want het lucht echt op om het over de dingen te hebben, waarover je het moet hebben). Maar we waarderen niet dat werkelijk to the point zijn die beklemmende werking kan hebben, of gevoelsmatig werkelijk pijn kan doen; daar zijn we bang voor. Gelukkig is het wérkelijk een paradox. Immers: wanneer beide gesprekspartners to the point zijn, dan is het hele gesprek to the point. Wanneer één van beide gesprekspartners iets niet bevalt in het gesprek, meldt hij/zij to the point dat er iets in het gesprek niet bevalt. Er is dan niets meer dat niet to the point is.

Het vraagt evenwel van beide gesprekspartners over en weer te vertrouwen op de intenties van de ander. Vertrouwen groeit wanneer mensen die precies zijn met hun woorden, niet tegelijk ook uit zijn op hun gelijk. Door niet uit te zijn op hun gelijk, of welk gelijk dan ook, bieden zij juist heel veel ruimte. Dat kan de beklemmende werking van het to the point zijn, compenseren. Als zij bovendien ook heel bewust zijn van de gevoelige plekken (spots) van hun gesprekspartner en niet alleen heel precies, maar ook heel zorgzaam hun woorden kiezen, kunnen zij vermijden dat zij anderen kwetsen.

Kwétsen hoeft namelijk niet. Aan het elkaar pijn doen kun je helaas nimmer volledig ontkomen.
Maar dat is weer een heel ander point.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten